Ladders naar de Hemel, 101 gebeden voor elke dag

Van de hand van Alfred C. Bronswijk, die laatstelijk 8 oktober 2018 ook voorging in onze dienst, is recent een nieuwe bundel verschenen, met als titel: Ladders naar de Hemel, 101 gebeden voor elke dag.
In deze bundel worden gebeden aangeboden voor de dagelijkse gebedsmomenten. Het zijn gebeden voor de ochtend en de avond, voor aan tafel en voor onderweg, zegenbeden, smeekbeden en dankgebeden, gebeden over geloven, leven en vertrouwen, enzovoorts.
Sommige hiervan hebben ook ooit al in een dienst bij ons geklonken.
Deze bundel is voor € 12,99 te verkrijgen bij Boekencentrum Uitgevers, te Utrecht, ISBN 9789023952268.

Één-zijn

God laten wij samen-gaan,
delen, één-zijn
Dat moet voor u niet zo moeilijk zijn
U wordt daar toch niet minder van
Voor mij maakt het alles uit
Met u krijg ik vleugels
zie ik vergezichten en stijg boven alles uit.
Vergeet de aanpassing en de gehoorzaamheid.

Laten wij samen wandelen
in gesprek blijven
dan kan ik mij verwarmen aan uw liefde
verlicht worden door uw Geest
U bent mijn Schepper
U bent overal thuis en kent alle dingen
Als u bij mij bent
Laat ik het oude leven sterven
Ontvang ik uw eeuwigheid
vernieuw mij van dag tot dag.
U maakt mij vrij
van ijdelheid en onecht leven.

Steeds mijn God, kom ik bij u terug
om één te zijn met u
uw vrede en vreugde te proeven
Steeds kom ik thuis in uw gezelschap
waar de gezalfde mij begroet
en uw Geest ons verwarmt.


Stephen Boonzaaijer, 20 september 2015



Van Toon Hermans

Voorgedragen tijdens de Poëzieavond van 23 januari 2018:

Soms voel ik van binnen iets van God.
Ik wou dat ik die dingen op kon schrijven,
maar als ’t naar buiten komt is het kapot.
Die dingen kunnen beter binnen blijven.


Sluitingstijd

En dan is het ook weer de tijd aangebroken om een gedicht te bespreken, nu mijn verhuizing echt achter de rug is. Ik kies voor een gedicht dat ik heb voorgedragen tijdens de Poëzieavond, van de dichteres Hélène Gelèns. Ik kies niet voor het gedicht Zoon van mijzelf, omdat ik dat een zomers gedicht vind. Dat bespreek ik later wel.
Misschien is het aardig om het gedicht zelf te interpreteren. Daarom zet ik mijn bespreking nà het gedicht. Je kunt er dus voor kiezen om na het lezen van dit gedicht zelf te gaan interpreteren, en niet meteen mijn beschrijving te lezen. Misschien kom je wel tot heel andere interpretaties; het lijkt mij leuk om daar eens over te praten.

sluitingstijd

je bepaalt: dat is pluis dat is niet pluis
dit hier pluis dat daar niet pluis
vroeger niet pluis nu pluis en straks
vanuit het donker applaus
en je zegt ijdelheid ijdelheid
alles is ijdelheid, je schrapt
(ijdelheid der ijdelheden)
zegt alles is! alles is!
alles is maar wat het is, je schrapt
alles! alles! zeg je ineens
vijf uur is de sluitingstijd van alles
terwijl je nog schrapt: alle all al a
applaus vanuit het donker
en je weet niet: pluis of niet pluis

Hélène Gelèns (1967), uit: Applaus vanuit het donker, Cossee, Amsterdam 2013

Ik herken in het gedicht de drang om bij alles wat je meemaakt en ziet, een oordeel te hebben: dit is goed of mooi, en dat is stom of lelijk. De keerzijde van dit onophoudelijke oordelen is dat ik mij bewust word dat er ook over mij geoordeeld wordt, door anderen. En … ben ik misschien uit op applaus? En trouwens, wat moet ik denken van al die goedkeuring? Is het wel echt gemeend? (En dan, wat te denken van het oordelen over mijzelf?)
Daarbij besef ik dat ik soms praat om een goede indruk te maken. Dan kan ik besluiten daar eens mee op te houden, te schrappen in het gepraat. Maar daaraan is natuurlijk een grens …. wanneer je helemaal ophoudt met praten. Dat is de ‘sluitingstijd’. Trouwens …. misschien is dat schrappen ook wel een manier om indruk te maken. Zoiets als op straat gaan lopen bidden. Zegt Jezus niet dat je moet bidden zodat anderen dat niet zien?
Tenslotte vind ik leuk aan dit gedicht het spel met klanken als ‘pluis’ en ‘applaus’. Het doet mij denken aan de door mij bewonderde Paul van Ostayen.
Gelèns won in 2010 de Jan Campertprijs met haar tweede dichtbundel Zet af en zweef.

André Maris

Pamflet of poëzie?

Over de vraag wat een gedicht is lopen de meningen uiteen. Duidelijk is wel dat er in weinig woorden het nodige opgeroepen kan worden. Show, don’t tell. De kracht van het beeld staat centraal. Anders gezegd: de verbeelding aan de macht! De doopsgezinde Wytze Brandsma begeeft zich met zijn tweetalige bundel ‘God is het antwoord niet’ (‘God is it antwurd net’) ogenschijnlijk op de grens van poëzie en pamflettisme. In een voorwoord maakt hij de lezer duidelijk dat de gedichten ‘zijn geschreven vanuit het idee, dat het aan ons mensen is om vrede en gerechtigheid te bewerkstelligen.’ De titel van de bundel vat aldus Brandsma op de achterflap ‘zijn visie op theologie in één zin samen’. Blijkbaar is hij bevreesd dat de gedichten niet voor zich spreken. De motivatie van Brandsma om met gedichten de wereld te verbeteren leiden er toe dat in sommige gedichten het pamflettisme hoogtij viert: Zin geven/aan het leven/is kiezen voor/medemense-lijkheid/vrede/en/gerechtigheid. Op zijn sterkst is Brandsma in de gedichten waarin hij met de taal speelt, zoals in De man van Nazareth: Jezus liet zien/dat vrijheid/van geloven/samen gaat/met/aren plukken/en/een paar vaten/goede wijn. Het continue gebruik van enjambementen (dichtregels die zonder pauze doorlopen in een volgende regel) doet vaak wat geforceerd aan. En toch is er een stemmetje in mij dat zegt dat de bundel van Wytze Brandsma op menig doopsgezinde leestafel zal komen te liggen. Daarvoor zijn de gedichten, inclusief het ‘Onze moeder’ en een ‘Geloofsbelijdenis’ voldoende prikkelend van aard. Brandsma roept op en daagt uit en dat begint al bij de keuze voor de titel …

‘God is het antwoord niet’ van Wytze Brandsma verscheen bij uitgeverij Narratio.

Martin Maassen

HALSEMA EN TERLOUW GAAN (AUTO)BIO

Jan Terlouw mag met recht een ‘homo universalis’ worden genoemd. De gepromoveerde kernfysicus schreef succesvolle jeugdboeken, werd Kamerlid en minister, Commissaris van de Koningin (in Gelderland) en produceerde thrillers met dochter Sanne. Om met dochter Ashley te spreken ‘mijn vader kan alles, behalve tekenen’. Maar de meeste mensen zullen de zoon van een Gereformeerde Bondspredikant vooral kennen als schrijver van jeugdboeken als ‘De koning van katoren’, ‘Oorlogswinter’ en ‘Oosterschelde windkracht 10’ en als politicus van D66. In de boeken van Terlouw is de moraal van het verhaal nooit ver te zoeken. ‘Er zijn twee dingen die ieder mens kan proberen zonder een specifieke opleiding gevolgd te hebben: schrijven en politiek’. Terlouw stapt op vrijwel hetzelfde moment over van de wetenschap naar de politiek en het schrijverschap. Terlouw was leider van D66. Zijn partij werd in die jaren geframed als ‘het redelijk alternatief’ Onder zijn leiding maakte D66 een spectaculaire groei door die na een rampzalig ‘kamikazekabinet’ van CDA, PvdA en D66 (Van Agt, Den Uyl, Terlouw) ook voor een groot deel weer snel verdampte. Wie de biografie van Jan Terlouw leest komt weinig nieuwe inzichten, laat staan duidingen tegen. Boerboom heeft er meer een bibliografie dan een biografie van gemaakt. Terlouw verdient meer.

De autobiografie van Femke Halsema is van een compleet andere orde. Ontwapenend openhartig en leerzaam, niet alleen voor politicologen. Halsema presenteert zichzelf als ‘een passant in de politiek’. Een buitenstaander in een door mannen gedomineerde wereld. Waar Terlouw toch vooral als technocratisch wordt weggezet, is Halsema misschien wel de laatste politicus met een progressief en vrijzinnig mens- en maatschappijbeeld. Zij beschrijft hoe zij in het post-Fortuyn tijdperk aanloopt tegen de ijzeren wetmatigheden van de politiek. De media vinden lange tijd dat Groen Links er niet toe doet: ‘De Telegraaf heeft zeggen en schrijven één keer een feitelijk en juist bericht over mij geplaatst en dat was toen ik een tweeling baarde.’ Wat ook niet helpt is dat de boodschap van Halsema elitair en verre van ‘sloganesk’ overkomt. Een pleidooi voor een alternatief model voor economische groei is nauwelijks in Jip en Janneke taal samen te vatten. In de zomer van 2010 lijkt Halsema toch haar finest moment te krijgen als VVD, PvdA, D66 en Groen Links werken aan de vorming van een ‘Paars Plus’ kabinet. Uiteindelijk strandt dit op de onwil van de VVD. Mark Rutte kiest voor samenwerking met CDA en PVV. Fijntjes beschrijft Halsema hoe zij door formateur Ruud Lubbers wordt gebruikt ‘als een pion in zijn schaakspel’. In 2012 vertrekt Femke Halsema uit de politiek en leidt Groen Links onder Jolande Sap een dramatische nederlaag. ‘De macht komt plotseling langs’ als PvdA’er Lodewijk Asscher haar polst voor een ministerschap in een kabinet van PvdA en VVD. Voordat zij ‘nee’ kan zeggen krijgt ze een sms-bericht van Asscher dat de VVD haar benoeming blokkeert.

‘Jan Terlouw, jeugdboekenheld op het Binnenhof’ van Joep Boerboom verscheen bij uitgeverij Boom. ‘Pluche’ van Femke Halsema werd uitgegeven door uitgeverij Ambo/Anthos.

Martin Maassen


DE ARK

van: Annie M.G. Schmidt

Daar gaan ze dan! Daar gaan ze dan!
De leeuwe-vrouw, de leeuwe-man tezamen in de ark.
Twee schapen en twee kangoeroes
en ook een poes. En nog een poes,
twee hertjes uit het park, het stroomt van alle kanten.
Ziedaar de olifanten.
Twee beertjes en twee bevertjes,
twee kleine rode kevertjes
Twee paardjes en twee koetjes,
twee wespen en twee wezeltjes,
twee aapjes en twee ezeltjes met pas gewassen voetjes,
en veertien duizendpoten zijn bezig om te loten.
Eén kaasmijt is er maar helaas.
Zijn vrouw bleef achter in de kaas,
ze kon er niet van scheiden.
Maar Noach zegt: In dat geval
breng haar maar mee met kaas en al!
Daar komen met z'n beiden
de luipaard, met veel herrie en naast hem de luimerrie.
Daar is de vos, met juffrouw vos en vooruit, de kabels los!
O nee, eerst nog de spinnen!
Daar komt de sprinkhaan en ernaast
de sprinkhen met reuze haast. Ze huppelen naar binnen.
En kijk, het ene tijgertje speelt met het andere krijgertje.
Ziezo, doe nu de deur maar dicht,
zo roepen met een zuur gezicht, de wandelende takken.
Maar als de ark een eindje vaart,
dan zegt het grote witte paard:
O, hemeltje! De slakken! Kijk ginder, in de verte!
Terug! roepen de herten.
Het duurt nog ruim een uur of vier,
dan zijn de slakken eindelijk hier.
Hoera, hoera, jubelt de mol.
De ark gaat weg! De ark is vol!
En alle visjes in de zee zwemmen nog kilometers mee.


GODDELIJKE GEKTE

‘Wie zich zonder de goddelijke gekte aan de poorten van de dichtkunst vertoont, ervan overtuigd dat het technisch kunnen wel tot een talentvol dichter maakt, blijft een broddelaar, van wie de nuchtere verstandelijke dichtkunst niets voorstelt vergeleken bij hen die door de gekte bezeten zijn.’ Paul Damen neemt deze wijsheid van Plato serieus door in ruim 500 bladzijdes gedichten van dictators te presenteren. Via koning David (‘een kwezel met lang haar en een harp (..), geen homo met een harpje’) en Nero leidt Damen ons naar lieden als Stalin, Hitler, Mussolini, Pol Pot en Osama bin Laden.
Van de Roemeense leider Ceauçescu (‘eigenlijk een analfabete boer’) is maar een gedicht bekend, dat geënt is op de pacifistische Bijbelpassage van Jesaja 2 vers 4. Het gedicht eindigt veelzeggend met Wij zijn machtig met zijn allen/kom mee strijden, volkentallen!/Om de vrede, onze rechten,/een vrij leven te bevechten!
Sommige poëzie (Mussolini, Mao, Karadzic) is zo gek nog niet. De meeste sentimentele rijmelarijen gaan pas leven door de bombastische en humoristische toelichtingen van Damen. Dat alles onder het motto: ‘De ene dag een gedicht, de andere genocide.’

‘Bloemen van het kwaad’ van Paul Damen verscheen bij uitgeverij Koppernik.
Martin Maassen



Vrede voor jou

Dinsdag 13 oktober kwamen de contactgroep 'Jonge vrouwen'bij elkaar en staken de kaars aan voor alle mensen, die vluchten, huis en land verlaten voor een leven zonder oorlog. Daarbij paste het gedicht (of lied):
Vrede voor jou, hierheen gekomen,
zoekend om samen mens te zijn.
Mens zonder angst, open voor dromen.
van ooit een wereld zonder pijn
Tijd om te delen, stevig geaard,
een plek om nu of ooit
gezien te zijn, aanvaard.
Vrede voor jou, met mij verbonden
zoekend om samen mens te zijn;
niemand geknecht, van niemand geschonden
nooit meer water bij de wijn.
Nergens meer oorlog, nergens gevaar,
vergeving, nieuwe moed
in vrijheid met elkaar.


Echtpaar in de Trein

Voorgelezen op de Buitendag van 28 juni 2015 in Mennorode door Marion Bruggen. Het gedicht geeft aan dat je naar het verleden kunt kijken, en naar de toekomst. En vooral dat die twee manieren van kijken elkaar zo mooi aanvullen.

Echtpaar in de Trein
voor Wobke

Met de allerliefste in een trein
kan aangenaam en leerzaam zijn.
De prachtig vormgegeven stoel
geeft allebei een blij gevoel.

Voor ‘t verre reisdoel kant en klaar
zit ik dus tegenover haar.
De trein maakt zijn vertrouwd geluid
en zij rijdt vóór-, ik achteruit.

We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.

Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat,
terwijl de man die naast haar leeft
slechts merkt wat zijn beslag al heeft.

Van nieuw begin naar nieuw begin
rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit.
Willem Wilmink (1936)

LEES BIJ DE DAG

Wie zoekt naar een vrijzinnig getinte Bijbelse dagkalender komt bedrogen uit. Die zijn er eenvoudigweg niet! Lezen vrijzinnigen niet dagelijks in de Bijbel? Zoeken zij hun heil bij ironie, poëzie of andere taalmelodieën? Hoe dan ook, in het schrikkeljaar 2016 krijgen we zo maar een dag cadeau, welke kalender u ook koopt.

Poëzie
De poëziekalender van uitgeverij van Oorschot haalt het dagelijkse portie dichtvoer ook deze keer, samen met de stichting Poetry International, uit ‘de onuitputtelijke bron van de wereldpoëzie’. ‘Dichters van Nobelprijsallure en aanstormend talent, scheppers van de light verse, hermetische grootheden, springlevende dichters en lang gestorven namen.’ Op 29 februari een gedicht van Du Fu, een dichter uit de achtste eeuw: ‘Ik heb een dag over en weet niet wat te doen/de Heer gebood mij te gaan, de dagen/in arbeidzaamheid zijn me bekend en duren/ zo lang niet.’ Op Eerste Kerstdag deze keer een klassieker van Kloos (‘De kerstboom’)

Taal
Voor 2016 verschijnt alweer de drieëntwintigste scheurkalender van het Genootschap Onze Taal (uitgeverij Bekking & Blitz). De kalender bevat onder andere stijlfiguren, taaladviezen en taalpuzzels. Op 29 februari een stijlfiguur: ‘In een café De Pal in Den Bosch is volgende tekst te lezen: “Heren, leg de bril maar plat, de dames zitten toch graag nat.” Welke drie stijlfiguren zijn hier te herkennen?* Heel af en toe wordt de Bijbel aangehaald. Bijvoorbeeld bij de uitleg van de term ‘Boek der boeken’(Bijbel = Biblia = boeken). Soms simpel, vaak leerzaam.

Traditioneel
Zoals elk jaar volgen de protestantse makers van de Bijbelse Dagkalender (uitgeverij Boekencentrum) het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap. Tekst, uitleg, een liedsuggestie en af en toe poëzie. Dit jaar veel uit Genesis, Numeri en Lucas. Maar op Eerste Kerstdag is er, hoe mooi!, het eerste gedeelte uit het Johannesevangelie.: ‘Jezus is het Woord van God dat vlees is geworden. Hij is God die mens is geworden’. Onvergefelijk is het verdwijnen van het tekstregister achteruit de dagkalender. Waarom deze service aan de lezer geschrapt?

Steviger
De Bijbelse meditaties in Dag in, Dag uit (Ark Media/Leger des Heils) komen uit diverse kerkelijke richtingen, maar toch vooral de wat ‘steviger’ hoek (onder andere Christelijk Gereformeerd, Leger des Heils en Baptisten). Bij 1 Johannes 4 klinkt het: ‘God is ons vertrouwen waard, mensen die slappe aftreksels verkopen van de stoere belijdenis dat God in Jezus mens is geworden, zijn dat niet. Geleid door Gods Geest zul je waarheid van leugen kunnen onderscheiden.’

Kostelijk gezeur
Peter’s zeurkalender van Peter van Straaten (uitgeverij de Harmonie) biedt ook in 2016 weer tekeningen en teksten waarmee je glimlachend de dag inluidt. Op 25 mei zegt een zielknijper (bakje tissues op tafel) tegen een stijf geklede vrouw met de armen stevig om het lijf: “De meeste mensen kunnen geen nee zeggen, maar u zou moeten overwegen eens wat vaker ja te zeggen”. Op 6 juni zeggen twee heren in dik gestreepte pakken tegen elkaar: “Regels, regels, regels. Het is godgeklaagd. Zo word je toch gedwóngen de boel te flessen.”

*Oplossing van vraag naar de stijlfiguren: Eindrijm (nat-plat), Ambiguïteit (’nat’ kan hier meerdere betekenissen hebben) en allusie, oftewel een toespeling.
Martin Maassen



GOD UIT HET MIDDEN

Het wordt wel bestempeld als ‘het kind van Hans van Mierlo’: het eerste paarse kabinet in Nederland. Op 22 augustus 1994 is het zover. Na een desastreuze verkiezingsnederlaag voor het CDA treedt er voor het eerst in de geschiedenis een kabinet aan van liberalen (VVD, D66) en sociaaldemocraten (PvdA). De verhoudingen zijn na de verkiezingen in dat jaar zo veranderd dat er feitelijk geen kabinet zonder D66 mogelijk is.
En D66-leider van Mierlo had maar één grote wens, namelijk eindelijk een kabinet vormen zonder confessionelen. Dat was sinds 1918 niet meer voorgekomen. Er was volgens de D66’er immer sprake van ‘links daar, rechts daar en God in het midden’. De ene keer bogen de confessionele partijen naar rechts en als het echt niet anders kon, dan werd er naar links gebogen. In 1994 is het gedaan met de machtspositie van het CDA. Voor het eerst in de geschiedenis legt er bij de beëdiging van het kabinet geen enkele minister de eed af, al voegt VVD-minister Annemarie Jorritsma daar wel nog fijntjes aan toe: ‘Majesteit, dat betekent niet dat er geen diepgelovige ministers bij zijn. Maar doopsgezinden, zoals ik zelf, kunnen de eed niet afleggen, zij kiezen daarom altijd voor de belofte’. In de beeldvorming staat vooral het eerste paarse kabinet bekend als een kabinet dat immateriële kwesties (euthanasie, homohuwelijk, afschaffing bordeelverbod) regelde. Feitelijk kwam Paars in de eerste vier jaren niet verder dan de liberalisering van de winkelsluitingswet. Pas in het tweede paarse kabinet (door Peters een ‘retrokabinet’ genoemd vanwege de grote hoeveelheid oude, bekende gezichten), toen de positie van D66 danig verzwakt was, kwam er een ‘beeldenstorm tegen de christelijke instituties’ en werd er op het vlak van de immateriële onderwerpen geliberaliseerd. Van de bestuurlijke agenda van D66 (referendum, gekozen burgemeester, districtenstelsel) kwam in acht jaar Paars niets terecht. Zo leidt Peters ons, in een soms wat al te gedetailleerd boek, naar de conclusie dat D66 inhoudelijk een marginale rol speelde en dat het CDA in de jaren van Paars voortdurend met zichzelf bezig was. In 2002 implodeerde Paars onder de golven van het Fortuynisme en kreeg het CDA het weer voor het zeggen.
‘Een doodgewoon kabinet’ van Klaartje Peters (uitgeverij Boom)
Martin Maassen



GEDICHT

Luís Vaz de Camões wordt in Portugal als de allergrootste dichter beschouwd. Zijn sterfdag, 10 juni, is een nationale feestdag. Daarnaast is hij een hoofdpersoon in de roman Het verboden Rijk (1932) van Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936.)
In een tijd dat in onze streken onder andere Doperse mensen, om reden van hun geloof op de brandstapel belandden, dichtte deze Camões, een man van de Renaissance.

Waarheid, verdienste, rede, een liefdesband
Verlenen elk hart kracht en zekerheid,
Maar ’t Fatum, de Fortuin, toeval en tijd
Regeren ’t wereldlijk verward bestand.

De geest, door duizend dingen overmand,
Weet niet waar zich te wenden om respijt,
Maar weet dat leven, dood en eeuwigheid
Onpeilbaar zijn voor ‘’t menselijk verstand.

Geleerde heren zullen ’t ons verklaren,
Maar meer verklaart wat de ogen ons beloven
En alles wat wij zelf hebben ervaren.

Dat wat gebeurt gaat soms ’t geloof te boven,
Men gelooft soms wat men niet heeft wedervaren.
Maar ’t beste is in Christus te geloven.

Luís Vaz de Camões (ca. 1524-1580)
Vertaald door August Willemsen, uit: Ware voor zo lange liefde niet zo kort het leven, Amsterdam 2007

In de eerste strofen, waarin Camões het gezonde verstand en de rede bespreekt. Hier zie je de Renaissancemens. Maar het denken doorgrondt niet alles, en zeker niet de grote dingen in het leven: leven, dood en eeuwigheid. Wat wij zelf zien en wat wij ervaren (r. 10 en 11), dat verklaart (bijna) alles, meer dan wat de geleerde heren ons proberen duidelijk te maken. Als mens mag je op je zelf vertrouwen. Ook hier is hij een man van de Renaissance.
Wat gebeurt gaat echter niet alleen het verstand te boven, maar het gaat ook het geloof te boven. Er is dus ruimte voor twijfel, meen ik hier te lezen: soms ben je verdrietig en weet je het niet meer. En in de laatste regel komt Camões met een zin die een wijze raad inhoudt. Hij zegt niet dat je in Christus moet geloven, maar dat dat het beste is. En ook dat spreekt mij aan.
Deze woorden doen mij denken aan de woorden van onze Menno: Er is geen andere fundament dan dat wat gelegd is door Jezus Christus.
André Maris


RECENSIE GEDICHTENBUNDEL

Ik ruik de herfst
tussen de planten op het terras
een ragfijn web
beweegt in de wind
die zacht is/het zomert nog


Het is een van de gedichten uit de nieuwste, in eigen beheer uitgegeven, bundel van de dichteres Berthe A. Zwama. In een sobere taal verbindt zij, zoals zij dat zelf noemt, de binnen- en de buitenwereld. Het is als met veel poëzie. Soms raakt een gedicht je, soms laten de woorden weinig ruimte voor verbeelding en zijn het gevoelvolle duidingen in een mooi vormgegeven boekwerk.

als ik naast je zit
en horen mag
wat leeft in hart en hoofd
ben ik soms blij en droef
altijd dankbaar
dat jij bij mij hoort
maar vooral ook bij jezelf

,/i> De opbrengst van de bundel is bestemd voor de renovatie van de kleuterschool en bijbehorende toiletten van de Iringa Road Mennonite church te Dodoma. Financieel loopt het project via Doopsgezind Wereldwerk.
De bundel is voor € 17,75 (inclusief verzendkosten) te bestellen bij D.J.Houwen te Paterswolde, tel. 050-3096731 of e mail dj@houwen.com

Martin Maassen



GEDICHT
Op 4 mei, ter gelegenheid van Dodenherdenking, zond de NPO een documentaire uit naar aanleiding van onderstaand gedicht. Ik kende het gedicht, onder meer door een voordracht van de acteur Joost Prinsen. Een typisch Wilmink gedicht: het loopt lekker vlot en het spreekt direct aan, zonder moeilijkdoenerij en zonder mooischrijverij.
De documentaire was aangrijpend: ik kwam te weten dat Ben Ali Libi echt geleefd heeft en dat het de artiestennaam was van Michel Velleman. Hij werd vermoord in Sobibór, direct na aankomst aldaar, 72 uur nadat er ‘hard werd geklopt’ op de deur aan het Merwedeplein in AmsterdamZuid. Daar woonde de goochelaar met zijn gezin, enkele deuren verwijderd van het huis waar ook de familie van Anne Frank woonde tot aan hun onderduik.
Michel Velleman groeide op in een zeer arme buurt in Amsterdam, waar zijn ouders en het gezin een halve verdieping van een kamer bewonen. Met zijn goocheltrucs lukt het Velleman zich op te werken uit deze misère.
Het einde van de documentaire was aangrijpend: Jules Schelvis, de enige overlevende van vernietigingskamp Sobibór, droeg het gedicht voor met een brok in zijn keel. ‘Ja, ‘t is mooi’, zei hij aan het einde van zijn voordracht.

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.


Willem Wilmink

Uit: Je moet je op het ergste voorbereiden
Uitgeverij Bert Bakker 2003

André Maris


SCHERP MOEDERBOEK
In korte tijd verschenen er diverse boeken over de moeders van schrijvers. Adriaan van Dis, Yaël Vinckx, Ischa Meijer (een heruitgave), Mohammed Benzakour en Maarten ’t Hart schreven aan of over hun moeder. De Joodse Omroep zond twee keer achtereen een bijzonder openhartige film uit over de moeder van Arnon Grunberg en de relatie met de schrijver zelf. Moederboeken zijn hot. Maarten ’t Hart moest met zijn moederboek wachten tot Magdalena van der Giessen (1920-2012) het tijdelijke voor het eeuwige had verruild. Daarna is de schrijver genadeloos openhartig te werk gegaan. ‘Een mens wil geen kwaad woord horen over zijn moeder. Die is immers heilig.’ Van die heiligheid is in ’t Harts boek weinig te bespeuren. Wat we ‘zien’ is een godvrezende moeder die haar achtjarige kind zijn grote cadeau van Opa afpakt (‘Zo’n duur cadeau. Blijf af.’), het tandenpoetsen verbiedt (aan een kunstgebit heb je geen omkijken) en die ook nog eens probeert te voorkomen dat haar kind naar het lyceum gaat (‘Doorleren, da’s nergens voor nodig’).
Een moeder die haar kind nooit enige genegenheid toont, maar die wel haar leven lang paranoïde jaloers is op Maartens vader die op vrijwel elk moment (op de begraafplaats, tijdens het bidden, op de paardenmarkt...) naar ‘mokkels’ zou kijken. ’t Hart beschrijft met de hem zo kenmerkende scherpe pen. In prachtige, soms hilarische volzinnen. In een roman die geen roman wil worden. Daarvoor wordt er teveel naar feiten en naar eerder gepubliceerd werk verwezen. En daar past ook geen slotakkoord in waarin de Apostolische Geloofsbelijdenis en het Onze Vader met vlijmscherpe argumenten worden neergesabeld. Al is het wel weer bijzonder om getuige te zijn van het theologische bloedbad dat het fileermes van Maarten ’t Hart aanricht. Vooruit, één zinnetje dan: Onze vader die in de hemelen zijt, ‘Hemelen? Meervoud? Is er bij God sprake van een bilocatie? En waar mogen die hemelen zich dan wel bevinden? (..) En waarom het woord vader gebruikt? Is God dan een man met een x- en een y-chromosoom?’ Magdalena, van Maarten ’t Hart is verschenen bij uitgeverij de Arbeiderspers.

Martin Maassen


DUINEN ALS SPIEGEL VAN DE ZIEL

Van hoofd naar schouder loopt de stille bocht
waarin ik vrede vind, windstille lijn,
grensvlak van weelde en gemis,
de zachte komma, diepe orgelpunt,
waarin ik wonen wil als in een duin.
Lieve lijn.


De dichteres Vasalis liet zich inspireren door het wondermooie duinlandschap. Een landschap dat verandert, verstuift, afkalft en weer groeit. Met Vasalis verwonderden vele dichters en schilders zich over de duinen langs de Nederlandse en Vlaamse kust. Die verwondering leverde prachtige poëzie en ook prachtige schilderijen op. Wie herinnert zich niet de Mei van Herman Gorter of Mijn vlakke land van Jacques Brel en Ernst van Altena? In ‘Op ’t duin’ staan de poëzie van het duinlandschap en het duinlandschap van de beeldende kunst naast en tegenover elkaar. ‘Op ’t duin’ laat op fraaie wijze zien hoe de duinen door de eeuwen heen als spiegel van de ziel van de dichter functioneerden. Voor iedereen die opgroeide met het adagium ‘gedichten moeten voor zichzelf spreken’ is dit boek de Umwertung aller Werten. Schilderijen gaan in ‘Op ‘t duin’ soms naadloos samen met de gekozen gedichten. Zo inspireerde ‘Gezicht op Haarlem met bleekvelden’ van Jacob van Ruisdael de dichter C.O. Jellema tot ‘Op het eerste gezicht’. En lijkt een zeefdruk van Jan Wolkers (‘Duin’) hand in hand te gaan met zijn gedicht ‘De duinen’. Schrijver Nicolaas Matsier noemt bloemlezen in zijn inleidend essay ‘principieel gesjoemel’. Wat mij betreft kan er niet vaak genoeg zo gesjoemeld worden.
‘Op ’t duin - 100 duingedichten en 100 duingezichten’, samengesteld door Nicolaas Matsier, Helmi Goudswaard en Boudewijn Bakker, is uitgegeven door Uitgeverij Thoth. De tentoonstelling ‘Op ’t duin’ is tot en met 15 september te zien in het Haags Historisch Museum.

Martin Maassen



TABOES ONTSLUIEREN
‘Om je eigen land te leren kennen, helpt het als je er een tijdje niet woont’. Zo begint Elsevier journalist Syp Wynia zijn essaybundel Achter de dijken. Wynia verbleef twintig jaar geleden een tijdje in België en leerde ‘frisser naar Nederland te kijken’. Nederland koesterde ‘huizenhoge taboes’ over thema’s als ontwikkelingshulp, de eenwording van Europa en het immigratievraagstuk. En Wynia probeert nu al ruim vijftien jaar via zijn essays deze taboes te ontsluieren. Hij koos 27 essays uit die samen ‘een compacte geschiedenis van het moderne Nederland’ geven. Zo is er een essay over de zeer trage opkomst van de vaatwasser in de Nederlandse huishoudens. Dat heeft te maken met de Nederlandse hang naar soberheid en is onder andere de schuld van de milieubeweging. Er wordt gefulmineerd tegen ‘Het Hooglied van het alles-moet-kunnendenken’ van de jaren ’60 en tegen, toen nog, prinses Maxima die meldt dat de Nederlandse identiteit niet bestaat. Het Koningshuis berijdt ‘de stokpaardjes van Oranje’ waaronder de lofzang op de toegenomen diversiteit. Tot grote ergernis van Wynia ziet het Koningshuis dit als een ‘verrijking’. Voor de Elsevierscribent is er vrijwel geen grotere ergernis dan de effecten die de komst van grote hoeveelheden allochtonen met zich meebrachten. Er is sprake van ‘massa-immigratie’, het ‘multiculturele ideaal’ van Cohen en ‘vele molestaties van Sinterklaas door jonge Marokkanen’. Nederland werd overigens wel ‘in een halve eeuw van een overwegend conservatief, orthodox land zo’n beetje het meest vrijzinnig land ter wereld’. Volgens Wynia gingen politici zich vrijzinnig noemen ‘toen de overwegend geïmporteerde, religieuze orthodoxie de kop opstak’. De bundel eindigt met een essay over ‘oorlogsemancipatie’ (‘waarom de revolutie hier veel later kwam’). Een beetje vreemde afsluiter.
Achter de dijken, van Syp Wynia verscheen bij Elsevier boeken.

Martin Maassen


HET MUSEUM VAN DE POËZIE

Gevangenis
Een gevangenis is
een dubbele muur
een van leem
de andere
een groot aantal
lagen prikkeldraad
beide afschrikwekkend.
De buitenste muur
wordt bewaakt
vanaf wachttorens.
De andere
is de gevangenis
aan de binnenkant,
waar ze je zullen timmeren
tot een replica
van zichzelf,
wie ze ook zijn.


De Filipijnse dichter Mila Aguilar zat vanwege haar communistische overtuiging lange tijd in de gevangenis. In het bovenstaande gedicht probeert zij in woorden te vangen wat de opsluiting met haar deed. Uit situaties van onderdrukking kan de mooiste poëzie ontstaan. Dat moet ook Amnesty International hebben gedacht toen het honderdvijfentwintig poëten uit vijftig landen met een gedicht bundelde in Licht – het museum van de poëzie. Onder de dichters zijn Nobelprijswinnaars als Tomas Tranströmer en Harold Pinter. Maar ook Iosif Brodsky, die werd opgesloten vanwege zijn poëzie en Breyten Breytenbach. En schrijvers die werk maakten voor mensenrechten zoals Hans Magnus Enzensberger en Maya Angelou. Ook Hans Andreus ontbreekt niet. Hij raakte in Duitse dienst gewond, deserteerde en ging in het verzet. Andreus was de dichter die het licht probeerde te vangen:

Ik denk de echte
dood is zo licht
als een veertje
dat je
wegblaast in een licht
bol van zon
en dat schommelend verdwijnt
in het licht dat schijnt
alsof er in de verste verte
nooit een eind aan komt…

De bundel is bij uitstek een intrigerende melange van licht en donker, van onmacht en bevrijding. Een pleidooi voor de schone kunsten in plaats van de onderdrukking.
Licht! werd gekozen door Amnesty International en samengesteld door Daan Brokhorst. Uitgeverij Bekking & Blitz

Martin Maassen



OKTOBERMAAND

Een gedicht uit de bundel ‘Oktoberkind’ van Liselore Gerritsen, voorgelezen door Trudy Snel in de Oogstdienst

oktobermaand geboortemaand
je vruchten zijn geoogst
de zoete wijn is in het vat
het hout gekloofd
dat is waarom een oktoberkind
van kinds af aan voldaan is
omdat voor haar gevoel het werk gedaan is

oktoberzon geboortezon
de zon die ik verdien
want of hij op- of ondergaat
is niet te zien
dat is waarom een oktoberkind
net als oktoberbomen
de hele dag het liefste zit te dromen

oktoberstorm geboortestorm
je hebt mijn bed gespreid
je joeg de wolken uit elkaar
en net op tijd
heb je de bomen zo geschud
dat zij hun blad verloren
en in dat gouden bed ben ik geboren

oktoberdag geboortedag
als ik geweten had
dat ik nooit meer zo goed slapen zou
als in dat bed van blad
was ik vanaf die eerste dag
m'n hele lange leven
met een glas rooie wijn in bed gebleven

oktoberkind, oktoberkind
opdat je niet vergeet
de allerlaatste zoete braam
is de eerste die jij eet
een laatste warme zonnestraal
verwarmt jouw eerste dag
en een laatste zwaluw die vertrekt
is de eerste die jij zag
dat is waarom een oktoberkind
niet gelooft in laatste dingen
't zal een herfstdag als een lentedag bezingen



GEDICHT

Op zondag 5 oktober had ik zin om naar de kerk te gaan. En aangezien onze Doopsgezinde kerk op de eerste zondag in de maand dicht is, kwam ik haast vanzelf uit bij de Regentessekerk. Het was een fijne dienst, temeer daar ds. Anja van de Poppe voorgaat op die eerste zondag.
Tot mijn grote plezier gebruikt zij ook gedichten in de dienst, onder meer één van Willem Wilmink. Denken we aan het verhaal uit Genesis 18 waarin Abraham met God onderhandelt over het lot van Sodom en Gomorra. Het lijkt wel een scène op de markt. Uiteindelijk sjachert (een jiddisch woord!) Abraham zo dat God toezegt dat hij de steden zal sparen als er tien onschuldigen zijn. Dan zal God de steden niet verwoesten.

God woont in de Fokke Simonszstraat
Ik hoorde het van een zeer eerwaarde
en hoogbejaarde dominee:
de Here wou met onze aarde
niet één dag langer meer in zee.

Al zouden wij hem overstelpen
met eredienst en dankgebed,
het zou geen ene moer meer helpen.
Er werd een punt achter gezet.

Maar zie, daar was diezelfde morgen
zo’n rotjoch uit de grote stad
een doodziek duifje aan het verzorgen,
dat hij op straat gevonden had.

‘Christus, wat mot je dan, wat wil je?
Ja, kijk me maar eens effe an.
Godsallejezus beest, wat tril je.
Blijf nou toch effe rustig man!’

Toen heeft de Heer zijn toorn bedwongen,
want hij kreeg schik in het geval.
Hij spaarde dus de kleine jongen,
de zieke duif en het heelal.

tekst: Willem Wilmink, muziek: Harry Bannink

Zie hierboven wat Wilmink ervan maakt: een jongen die zich ontfermt over een zieke duif staat voor de onschuld. Mooi hoe aan de ene kant het aantal van ‘tien onschuldigen’ nog verkleind wordt naar één straatschoffie, terwijl aan de andere kant de twee steden Sodom en Gomorra vergroot worden tot het heelal.
Een heerlijk positief gedicht van Wilmink, dat zich lekker vlot laat voordragen, op muziek gezet door de componist Han Bannink en gezongen door Aart Staartjes, waarschijnlijk in de onvolprezen Stratemaker op Zeeshow.
Ik denk dat ik vaker op de eerste zondag van de maand naar de Regentessekerk ga.

André Maris


DICHTERES IN EEN ZONDERLINGE WERELD

Gerrit Komrij stelde ooit een bloemlezing samen over de Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten. Om in de dikke Komrij te komen moest je als dichter wat in je mars hebben. Ida Gerhardt (1905-1997) wist de bloemlezing maar liefst tien keer te halen. Een eerbetoon aan een groot dichteres die poëzie schreef die haaks stond op tijdgeest van de jaren vijftig en zestig. Soms plechtstatig en hoogdravend, maar vaker betrokken, vormvast en kernachtig intens. Wie herinnert zich niet ‘De gestorvene’: Zeven maal om de aarde te gaan,/als het zou moeten op handen en voeten;/ zeven maal, om die éne te groeten/die daar lachend te wachten zou staan./Zeven maal om de aarde te gaan./ Zeven maal over de zeeën te gaan,/ schraal in de kleren, wat zou het mij deren,/kon uit de dood ik die éne doen keren./ Zeven maal over de zeeën te gaan - /Zeven maal, om met zijn tweeën te staan.
Van de hand van Mieke Koenen is er nu een boeiende en zeer leesbare biografie van Ida Gerhardt. Via gesprekken met betrokkenen, briefwisselingen en Gerhardts’ gedichten wordt het leven van de dichteres en (psalmen)vertaalster geschetst. Daarbij spaart de biografe de door haar bewonderde dichteres bepaald niet. Ida Gerhardt komt naar voren als een koppige, achterdochtige en rancuneuze vrouw die haar overgevoeligheid vaak op anderen projecteert. Koenen wijdt deze overgevoeligheid aan een jeugd vol affectieve verwaarlozing. Interessant is de religieuze weg die Ida Gerhardt ging. Zo was zij ondermeer betrokken bij de Remonstranten en de Arbeidersgemeenschap der Woodbrokers om uiteindelijk te kiezen voor de (Vrijzinnig) Hervormde Kerk. In de oorlog raakte Gerhardt bevriend met de Kampense, doopsgezinde dominee Guus van Dijk. Passend bij haar karakter en haar behoefte aan afzondering, deed Gerhardt haar belijdenis in 1967 niet in het openbaar.. Als de trouwe levensgezellin van Ida Gerhardt, Marie van der Zeyde, in 1990 sterft, gaat het ook met haarzelf steil bergafwaarts. In een brief uit 1991 vat de dichteres haar levensgevoel samen: ‘Eigenlijk heb ik, al heb ik me behoorlijk kunnen redden, al van kind af niet geweten wat ik in die zonderlinge en boze wereld moest doen.’

Martin Maassen

‘Dwars tegen de keer’ van Mieke Koenen is uitgegeven door Athenaeum – Polak & Van Gennep.


GEDICHT

Toen ik vorige maand gedichten uitzocht voor het mondelinge literatuurexamen op school, kwam ik dit gedicht van Ischa Meijer tegen. Het raakte mij meteen diep. Waarom? Ik denk omdat dit gedicht zo sterk de combinatie laat zien van het particuliere, het individuele gevoel van Ischa Meijer, en een algemeen menselijke ervaring die veel mensen zullen herkennen. Ik herken tenminste wel iets in het simpele inzicht dat ik geen kind meer ben, en dat ik alles goed wou maken, vooral het leven van mijn ouders, die mij op de wereld hebben gezet. Dit is een kenmerk van grote kunst: het verwoorden van een individuele emotie die het algemeen menselijke in ons aanraakt, en die wij daardoor kunnen herkennen.
Ik moet ook denken aan een interview met Ischa Meijer dat ik ooit hoorde, waarin hij vertelde dat hij geboren is in het concentratiekamp; als kind kreeg hij van zijn ouders te horen dat hij eigenlijk niet geboren had moeten worden. Met een degelijke tragische start wil je natuurlijk ‘alles goed maken’, zo kan ik mij voorstellen.
Het gedicht is een mooi voorbeeld van een sonnet, met zijn twee kwatrijnen (2x4 versregels) en daarna twee terzinen (2x3 versregels), zijn klassieke rijmschema en vooral door de wending in de negende versregel: bij het thuiskomen [wat natuurlijk een metafoor is], komt het inzicht.

SOMS LOOP IK 'S NACHTS NAAR HET VICTORIEPLEIN

Soms loop ik 's nachts naar het Victorieplein,
Als kind heb ik daar namelijk gewoond.
Aan vaders hand zijn zoon te zijn,
Op moeders schoot te zijn beloond.

Om niet. Om niet is het, dat ik hier ga,
De vrieskou in mijn jas laat dringen,
Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen,
Terwijl ik roerloos in de deurpost sta.

Om thuis te komen. En zo simpel is de gang
Om tot dit moeilijk inzicht te geraken:
Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang.

Naar iemand die nooit kon bestaan:
Een jongetje dat alles goed zou maken -
de tijd die stilstond en hem liet begaan.

Ischa Meijer, Uit: Citroen, Citroen ('Loof de Heer' is kampioen), 1972

André Maris


Gedicht uit de viering van 23 febr. j.l. over Heilige grond:

ALS MOZES HAD DOORGEVRAAGD

Moest ik mijn land verlaten: ik zou blijven.
Stond mijn stad in brand: ik draaide om.
Moest ik mijn kind offeren: ik weigerde.
Zolang jij je niet laat kennen houd ik
benen op de grond, armen om het kind.
Mij scheep je bij geen bramenstruik af
Met “ik ben die ik ben”, een kleine vlam, een donderstem.
Mozes was iemand van zijn tijd: dankbaar voor het leven,
Bang om door te vragen en ook : een man,
die vragen niet zoveel.
Ik was blijven staan bij die struik tot je verscheen.
Geen smoesjes van doeken voor ogen omdat je straling te fel.
Mozes was brandgloed gewend, ik tl.
Kom maar op, zou ik zeggen. Zeg ik nu: Kom maar op.
Als niet Mozes, maar ik bij de Horeb had gestaan ging het zo:
Jij: Ik ben die ik ben
Ik: Ik ook
Ik: Wie ben je?
Jij: ja, jij ook.

Dan had ik je aangeraakt en jij mij.
Was de bijbel geen boek, maar een omhelzing.

Marjolein van Heemstra


GEDICHT van de Zuid-Afrikaanse Elisabeth Eybers

Tijdens de zaterdagavond van het gemeenteweekend in Mennorode zaten we op een gegeven moment in een kring. Sommigen gingen spontaan iets vertellen of voordragen. Op mijn beurt heb ik toen dit gedicht van de Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers voorgedragen. Het is een loflied aan de nacht. We zeggen vaak dat het licht zal overwinnen, en de duisternis staat voor het slechte dat gebeurt en voor de wanhoop, maar de nacht kan ook troost bieden, de slaap kan ons (even) van zorgen verlossen.

Die Nag

Die dag is steeds een reeks van ure, maar
die nag ’n tydelose, diep vallei
wat nêrens in- of uitgang bied, en waar
dié wat die lig ontvlug, vir altijd bly.

Die dag is wreed van onverskilligheid,
die nag vir wie hom liefhet eind’loos teer
met die versekering van vergetelheid
wat alle na-smart van die lewe weer.

Die dag is vol bedrog van mens tot mens,
maar elkeen moet die nag alleen ingaan
sonder die skuilgewaad van waan en wens
en nakend voor sy eie wete staan.

Die lig maak liefde een yl herinnering,
want niks wat suiwer is, bly ongedeer;
maar binnekant die eng en donker kring
van vaste arms ontwaak dit keer op keer.

Die dag is steeds eenvormig en verskans;
die nag is vir die soeker eind’loos wyd,
en elk wat waag, kry dan een swerwerskans
tot by die afgrond van die ewigheid.

Elisabeth Eybers (1915-2007)

De dichteres vestigde zich in 1961 in Nederland, maar bleef schrijven in het Afrikaans. Eybers ontving diverse onderscheidingen voor haar werk. In Nederland onder meer de P.C. Hooft-prijs; zij was de eerste en tot nu toe enige auteur die deze prijs won voor werk in een andere taal. Haar dankwoord na ontvangst van de prijs: "Ek (wil) my innige dank uitspreek teenoor die Nederlandse lesers wat my en my taal so ruimhartig aanvaar, als 't ware in weerwil van die wydverspreide opvatting dat alles wat deur afkoms of assosiasie met Suid-Afrika te make het, verfoeilijk moet wees".



GEDICHT van Antionio Machado

Op vakantie in Frankrijk en Spanje belandden we in de oude vissersplaats Collioure, vlak boven de Spaanse grens. Daar staat, boven de kademuur, dit bronzen beeldje met een gedicht van de Spaanse dichter Antionio Machado (1875 – 1939). Hij was docent Frans in Segovia. Zoals vele Spanjaarden vluchtte hij in 1939 voor het rechts-nationalistische regime van Franco; hij kwam terecht in Collioure, waar hij een half jaar later stierf.

Het onderstaande gedicht raakte mij met zijn beelden en zijn eenvoudige taal. Het is mij niet duidelijk of Machado het in het Frans of in het Spaans heeft geschreven. Ik las het in het Frans en heb getracht het te vertalen.

Et quand viendra le jour du dernier voyage,
quand partira la nef qui ne revient jamais,
vous me verrez à bord, et mon maigre bagage,
quasiment nu, comme les enfants de la mer.


En wanneer de dag zal komen van de laatste reis,
wanneer het schip vertrekt dat nooit weer terugkeert,
zult u mij aan boord zien, en m’n maag’re bagage,
nagenoeg naakt, als de kind’ren van de zee.

(Antonio Machado)


André Maris



EEN OASE VAN RUST EN BEZINNING

We zijn eraan gewend om 24 uur per dag nieuws tot ons te kunnen nemen. Maar wat eigenlijk nieuws is en hoe het tot stand komt vragen weinig mensen zich af. Journalist en filosoof Rob Wijnberg probeert de mechanismen achter het nieuws te ontrafelen. De oud-hoofdredacteur van NRC.Next (een jongere uitgave van NRC Handelsblad) onderzoekt hoe nieuws onze perceptie van de wereld stuurt en komt tot een opzienbarende conclusie: ‘Wie de wereld uitsluitend zou volgen via het nieuws, weet precies hoe de wereld níet werkt’.
Nieuws is gericht op uitzonderingen en nieuws is conservatief omdat het inzoomt op ‘moreel verval’, ‘toenemende agressie’ en ‘groeiende problemen’. De verschillende nieuwsmedia praten elkaar eindeloos na. Fact checking is niet langer heilig. ‘Als er rumoer is, is het nieuws.’ De journalistiek vercommercialiseert. Investeerders in media (Wijnberg gebruikt uiteraard de NRC als voorbeeld) eisen winstmaximalisatie. Nieuwsvoorziening is ‘een spiegelbeeld geworden van de reclame-industrie’. Dat leidt tot eendimensionale berichtgeving en infotainment. ‘Aandacht genereert aandacht.’ Alles wordt gesimplificeerd tot een poll, een quiz of een afvalwedstrijdje. Iedere verkiezing voor de Tweede Kamer verwordt zo tot een ‘tweestrijd’. Nieuws verdeelt de wereld ‘in winnaars en verliezers, in daders en slachtoffers, in verantwoordelijken en gedupeerden’. ‘Een mening vorm je niet, die hèb je.’ Schandpaal- en soundbitejournalistiek vormen de hoofdmoot.
Wijnberg lardeert zijn aanstekelijke betoog met diverse voorbeelden. Hij geeft zelf, aan de hand van de discussie over kernenenergie, aan hoe hij vindt dat journalistiek wel bedreven moet worden. De veertien alinea’s zouden in deze tijd hoogstens nog de kolommen van de Groene Amsterdammer of Vrij Nederland halen…Het boek sluit af met een blauwdruk van de journalistiek die Rob Wijnberg zo node mist. ‘Voorbij de waan van de dag’, ‘tegen clichébevorderende beeldvorming’, ‘geen advertenties’ en ‘alleen digitaal’, zijn enkele van zijn wensen. In deze tijd behoorlijk elitair, dat wel. Maar tegelijkertijd doet Wijnberg je ook, wellicht ongewild, beseffen hoe we als kerkelijke gemeente een oase van rust en bezinning kunnen zijn in een tijd waarin het draait om scoren. Even niet de duizelingwekkende snelheid van de wereld die doordraait. Even geen ratelende mobiele telefoontjes. Maar belangrijker nog, mensen mogen bij ons kwetsbaar zijn en klein. Er is een plek om vragen te stellen zonder dat er altijd antwoorden op volgen. Wat overwint is de verbroedering (voor zuster Lenie Stans voeg ik er snel de verzustering aan toe). Kom daar eens om anno 2013!
De nieuwsfabriek van Rob Wijnberg is uitgegeven door de Bezige Bij.
Martin Maassen


GEDICHT: Een kinderspiegel

Als ik oud word neem ik blonde krullen
ik neem geen spataders, geen onderkin,
en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
alleen wat kraaiepootjes om mijn ogen.

Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
Ik neem niet van die vieze vette
grijze pieken en ik ga zeker ook niet
stinken uit mijn mond.

Ik neem een hond drie poezen en een geit
die binnen mag, dat is gezellig,
de keutels kunnen mij niet schelen.
De poezen mogen in mijn bed
de hond gaat op het kleedje.

Ik neem ook hele leuke planten met veel bloemen
niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
de hele dag en ook de hele nacht
blijven wij alsmaar bij elkaar.

Judith Herzberg (1934)
Uit: Strijklicht, 1986

Een heerlijk gedicht, vind ik dit altijd, om vrolijk van te worden: die maakbare wereld van het kind. Misschien is dit ook wel ten volle geloven. Als alledaags gebruiksvoorwerp verschaft de spiegel niet alleen een visueel beeld van de mens in zijn omgeving, maar het weerkaatst tegelijkertijd zijn innerlijk met zijn verlangens en dromen. In sprookjes kunnen spiegels ook waarzeggen en soms wensen vervullen, denk maar aan Sneeuwwitje.
Qua dichttechniek valt op dat in de tweede strofe de ie-klank overheerst, de klank waarmee je het woord ‘vies’ maakt. En in de laatste strofe komt wel vier keer ‘hele’ voor. Bovendien is het een hele opsomming; het kind stapelt echt al haar wensen op en weet geen maat te houden. Daarentegen komt in die laatste strofe opeens het woord ‘tamelijk’ voor, niet echt een woord dat past in deze overigens kinderlijke taal. Maar die hele lieve man moet natuurlijk ook niet héél beroemd zijn, want dan is hij altijd de hort op.

André Maris


GEEN ANDER FUNDAMENT

Veel Doopsgezinden praten met vertedering en verbroedering over de Amish en andere, meer conservatieve mennonieten die over de wereld zijn uitgezworven. Het wel ‘in’, maar niet ‘van’ de wereld zijn wordt bij deze doperse geloofsgenoten in zijn zuiverste vorm toegepast. Soberheid, geen overheidsinmenging, de uiterlijk zichtbare gemeente, volwassendoop en het belijden van de fundamenttekst uit de Korintiërsbrief van Paulus (‘want niemand kan een ander fundament leggen dan er ligt – Jezus Christus zelf’) zijn elementen van een doperse leefwijze die gevoelens van herkenning oproept.
In Bolivia leven ongeveer 60.000 mennonieten in 65 kolonies. In 42 daarvan vormen ongeveer 48.000 Altkoloniër mennonieten een samenleving. Deze kolonies (in het Spaans met campos aangeduid) zijn wisselend van vorm en grootte. De gemiddelde kolonie bestaat uit vijftien tot twintig dorpen. Elk dorp bestaat uit ongeveer twintig huizen. De dorpsnamen zijn Duitstalig (Blumenheim, Bachfeld, Rosenhoff etc.). De kolonieleiding is opgesplitst in een kerkelijk en wereldlijk leiderschap, die beide door de gemeenteleden worden gekozen. De kerkelijke leiding, de zogenaamde Lehrdienst, bestaat uit een oudste (Bishop), predikers en een diaken. De wereldlijke leiding kent een Vorsteher, een Dorfschulz en Waisenmänner.
De Altkoloniër Mennonieten in Bolivia zijn via Polen, Rusland, Canada en Mexico in Bolivia beland. Uiteindelijk werden in dit Zuid-Amerikaanse land de rechten en specifieke uitzonderingen voor de mennonieten (het Privilegium genoemd), zoals de vrijwaring van dienstplicht, het beste gegarandeerd.
De taal van de Altkoloniër, het Plautdietsch, is ontstaan tijdens het verblijf in Polen. Naast Hollanders, Friezen en Vlamingen troffen ook Duitsers en Zwitserse vluchtelingen elkaar daar. De smeltkroes aan talen leidde uiteindelijk tot het ook voor ons herkenbare Plautdietsch.
Karin de Bont kwam in 1992 voor het eerst in aanraking met de Altkoloniër Mennonieten in Bolivia. De theologe en visueel antropologe raakte zozeer geboeid door deze bevolkingsgroep dat zij er een boek over publiceerde. In Geen ander fundament schetst de Bont een fijnzinnig beeld van de Altkoloniër Mennonieten. Zij doet dat door een heldere schets in woorden, maar vooral door de publicatie van haar zwart-wit foto’s die de kolonies van binnenuit moeten typeren. De beelden geven, door de afwezigheid van iedere vorm van inkleuring, haarscherp weer dat de tijd hier naar onze maatstaven stil lijkt te staan. We zien, in de woorden van de fotografe, ‘uiterlijke disciplinering als de afspiegeling van een innerlijke geestesgesteldheid’. Iedereen gaat hier door dezelfde mal. In de inleiding noemt Karin de Bont haar boek ‘een beeld van buitenaf’ en ‘een interpretatie, een visie’. Zij doet zichzelf daar schromelijk tekort mee.
Geen ander fundament van Karin de Bont is uitgegeven door uitgeverij Lecturis.

Martin Maassen


Jakob

Op zondag 14 april mocht ik voorgaan in onze Doopsgezinde kerk. Ik had gekozen voor de tekst uit Genesis 32: 23-32, waarin Jakob in de nacht worstelt met ‘de ander’, een raadselachtige figuur. Na het gevecht laat Jakob ‘de ander’ niet gaan, maar hij vraagt hem de zegen. En hij krijgt de zegen, met daarbij de tekst dat vanaf nu zijn naam niet meer Jakob (dat betekent ‘beetnemer’, ‘hielenlichter’) zal zijn, maar Israël, “want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen”. Misschien is de ander dus God.
Zo krijgt Jakob de zegen; hij heeft er deze keer voor geworsteld, wellicht met zijn geweten, met zijn schuldgevoel over die eerdere zegen, die hij als jonge knul door list en bedrog van zijn blinde zieke vader had afgetroggeld, ten koste van zijn broer Esau. Hij krijgt een nieuwe naam, zijn oude naam die zijn karakter van bedrieger verbeeldde, wordt uitgewist. Het lijkt er op dat God zegt: “En nu mag je overvaren. Je mag wonen in je land. Daar is je plaats. Kom maar, Israël. Ga nu naar Het Beloofde Land.”

Over de Jabbok:
Toen ik het einde had bereikt
van mijn verdorvenheden,
stond God op uit het slijk,
en weende:
en ik stond naast Hem, ziende neder
op een verloren eeuwigheid.
En Hij zei: je had geen gelijk;
maar dat is nu voorbij, van heden
tot aan die ander eeuwigheid,
is maar één schrede.

Gerrit Achterberg (1905-1962)

Bijzonder dat God opstaat uit het slijk. God is niet een verheven figuur ver boven de wereld, niet de grote bestraffer daarboven. Hij lijkt tussen de mensen te staan, net zoals de vader die blij is wanneer zijn ‘verloren zoon’ terugkeert. Die zegen is ook niet een gouden medaille voor bewezen volmaaktheid, maar een teken dat hij verder mag, dat Jakobs ‘vernieuwing’ of ‘bekering’ gezien is.
Zo kan dit verhaal voor ons allemaal gelden: ook wij kunnen van onze fouten leren, en ons vernieuwen. Op die manier trekken wij op naar het Beloofde Land.

André Maris

GEDICHT

Naar aanleiding van de overdenking door ds. Wilma de Groot op zondag 24 februari wilde ik een gedicht bespreken met bidden als thema. In de overdenking werd gezegd dat bidden een manier is om in jezelf te keren; door je tot God te wenden, laad je jezelf op. Het lukte mij niet in mijn collectie een gedicht met dit thema te vinden, maar vandaag, op vrijdag 1 maart, presenteerde een leerling dit gedicht.

<Drempel

Mijn God,
als ik op de drempel sta
en alles achterlaat wat
mij op aarde dierbaar is,
geef mij het uitzicht op Uw licht
en raak mij met Uw liefde aan;
dat ik gelokt, verwarmd, vervuld
durf verdergaan.

Als ik doodmoe op de drempel sta,
achter mij de aarde
en het leven dat ik leefde,
en vóór mij, onbekend, onzichtbaar,
het leven dat mij wacht,
wees Zelf mijn gids
en neem mij bij de hand.

Als ik op de drempel sta
mijn God, laat ik dan
in Uw hand mijn hand mogen leggen.

Dan zal mijn dood geboorte zijn.

Uit: Tot overblijft wat echt is: jij – Hans Stolp (1942)

Dit gedicht past goed bij het hierboven besproken thema. Mustafa, de leerling die het gedicht voordroeg en besprak, zei dat het gedicht hem raakte omdat hij onlangs zijn grootvader had verloren. Dit gedicht betekende een troost voor hem.

Hans Stolp studeerde theologie, was radiopastor en geeft nu lezingen door het land.

André Maris


BLADEN RECENSIES

MAARTEN IN WONDERLAND
“Zijn er ook mensen van wie God niet houdt?’ vraagt historicus prof. Maarten van Rossem aan Peter Paauwe van de DoorBrekers, een evangelische megakerk in Barneveld. Sinds een tijdje flirt van Rossem met de Evangelische Omroep. Voor zijn glossy Maarten! bezocht hij, samen met EO coryfee Andries Knevel, enkele bijzondere kerkelijke gemeenschappen op de Biblebelt. Het levert een vermakelijk en lezenswaardig magazine op over megakerken, geloven 2.0 en Willem Aantjes: ‘Jezus speelt voor mij een grote rol omdat hij is voorgegaan in dit leven en altijd zorg heeft gehad om mensen die in de knel zaten. Maar het kruis betekent voor mij niet meer het alverzoenende bloed van Jezus Christus. Jij zult misschien zeggen dat dit het hart van het christendom is. Als dat zo is, dan klopt het bij mij niet meer.’
Bijzonder om te ervaren hoe van Rossem in Maarten! verandert van nationale knorrepot tot Maarten in Wonderland waarvoor er nog hoop is. Want volgens Paauwe houdt God van alle mensen.
Het november/december nummer van Maarten! is voor 6,95 Euro verkrijgbaar in de boekhandel.

DE HEIDELBERGSE CATECHISMUS
In 2013 is het 450 jaar geleden dat de Heidelberger catechismus het licht zag. Het begin van een beweging die zich tegen de katholieke kerk verzette. Ter ere van dit jubeljaar (450 jaar schijnt voor meer mensen iets magisch te hebben) verschijnt Zondag, een eenmalig magazine over geloof en zin. De reformatorische en evangelische adverteerders contrasteren wat met de open inhoud van het blad. Zo is er een interview met de ook in doopsgezinde kringen populaire zanger Stef (‘Papa’) Bos. Bos is na een ‘gewoon gereformeerde opvoeding’ nu ‘volledig’ agnost: ‘toen mijn moeder stierf zag ik God in haar ogen. Het waren ogen van iemand die kon loslaten in vertrouwen. In die ogen lag iets besloten wat groter is dan wij zelf.’
Schrijfster Franca Treur heeft, zo bleek al uit haar debuutroman Dorsvloer vol confetti, haar streng religieuze, Zeeuwse opvoeding achter zich gelaten: ‘Of God bestaat, kunnen we niet zeggen. Maar ik geloof zeker niet meer in de God van mijn jeugd die mij straks oordeelt en het kaf van het koren scheidt. Tegelijk gun ik mensen de vrijheid om daar wel vanuit te gaan. Voor Treur staan de Bijbelverhalen gelijk aan sprookjes.
De glossy Zondag is voor 7,95 Euro in de boekhandel.

DE STEEN
De kersverse dopeling Fokke Veurman ui t Aldtsjerk verloor in het voorjaar bij een ongeluk een van zijn vingers. Hij kreeg het gevoel ‘iets positiefs van dit ongeluk te willen maken’. Veurman schilderde bij het al eerder door hem geschreven verhaal ‘De Steen’ veertien aquarellen en gaf deze in boekvorm uit. De steen begint, door een ongeluk, aan de reis van zijn leven met op zijn lippen een brandende vraag. Door de combinatie van de kleurige aquarellen en de fijnzinnige tekst ontstaat een prentenboek dat vooral ook voor kinderenkringen goed te gebruiken is. De aquarellen van Fokke Veurman hangen overigens op dit moment in de Fermanje van Stiens. De Steen van Fokke Veurman is voor 13,95 Euro te bestellen bij de boekhandel of via www.veurman.nl. In het laatste geval komen er verzendkosten bij.

Martin Maassen

GEDICHT ADEM

Het gedicht Adem is van de Russische-Joodse Osip Mandelstam, die tot een van de grootste Russische dichters wordt gerekend. Mandelstam werd in 1934 gearresteerd vanwege het gedicht "de heerser" dat door Stalin als een persoonlijke belediging werd opvat. In dit gedicht werd Stalin omschreven als
"Kremlinbewoner uit de bergen, de wurger en boerendoder
// zijn dikke vingers vet als wormen
// en zijn woorden onwrikbaar als loden gewrichten
// zijn kakkerlakkensnor lacht etc".
(vert Kees Verheul).
Naar aanleiding van dit gedicht werd Mandelstam verbannen. Op weg naar zijn tweede verbanning is hij – zeer verzwakt – op veel te jonge leeftijd overleden. Zijn vrouw Nadezj da Mandelstam wist, in de tijd dat publicatie vrijwel onmogelijk was en geschreven teksten gevaarlijk waren, veel van de gedichten van haar man te bewaren voor het nageslacht door ze uit het hoofd te leren. Het hieronder staande gedicht vind ik religieus van aard. De verwondering en dankbaarheid voor het bestaan vind ik prachtig. Tegen het einde moet ik denken aan de woorden die geregeld in onze diensten worden uitgesproken:
God die niet laat varen het werk dat Zijn handen zijn begonnen.

André Maris

Adem
Dit Iichaam is mij gegeven - wat moet ik er mee doen,
Zoiets unieks en zozeer iets van mij?
Zeg mij, wie moet ik dank betuigen
Vcor de stille vreugde te mogen ademen en Ieven?
Ik ben de tuinman niet alleen, maar ook de bloem,
In de kerker van de wereld sta ik niet alleen.
Op de ruiten van de eeuwigheid
Is reeds mijn adem, mijn warmte aangeslagen.
Daarcp hecht zich straks een tekening zich vast,
Sinds kort onherkenbaar veranderd.
Ook al trekt de mist van het moment weer weg,
Die dierbare tekening laat zich nooit meer uitwissen.
Osip Mandelstam (1891—1938)


FEEST OF FUIK?
In een tijd waarin ook op de bladenmarkt krimp de klok slaat, is het opmerkelijk dat er zomaar drie nieuwe religieuze en spirituele tijdschriften het licht zien. Is het feest of zwemmen we in een fuik?

FEEST!
Het NCRV kwartaalblad Vieren de IKON-krant bundelen zich tot Het vermoeden. Niet toevallig noemt het nieuwe magazine, dat eens in de drie maanden zal verschijnen, zich naar het populaire IKON program-ma, gepresenteerd door Annemiek Schrijver. Schrijver speelt een prominente rol in het eerste nummer dat onder de titel Feest! uitkomt. Er is een interview van Jacobine Geel met Annemiek Schrijver: ‘Als je ophoudt eenzaamheid verkeerd te maken, wordt het relatiever. Zachter.’ Schrijver interviewt zelf Karen Armstrong, de initiatiefneemster van het handvest voor Compassie: ‘Deze wereld is een geheel, of we dat nu willen of niet.’ Verder is er aandacht voor de ‘eerlijke moestuin’ en ‘de eeuwige Madonna’. Het vermoedenis een kruising tussen de bekende, lief-devolle NCRV braafheid en de Fair Trade aanpak die zo eigen is aan de IKON. Hoewel de hoofdredactrice ons verzoekt de lucht te kussen, smaakt het blad naar meer. *Een proefnummer of abonnement op ‘Het Vermoeden’ is aan te vragen via telefoon 0900-7779997 of www.hetvermoeden.nl

GELOVEN IN NEDERLAND
Ook het ‘inspiratiemagazine’ Geloven in Nederland verschijnt na het kennismakingsnummer vier keer per jaar. Het blad wil ‘zoeken naar wat gelovigen bindt’ en ‘alle ruimte benutten die het grondrecht van de godsdienstvrijheid ons biedt’. Er staan columns in van vier vertegenwoordigers van vier wereldreligies en dat is best veel voor een blad van 24 bladzijdes. Aan de stijl van de artikelen en het niveau van de gedichten mag nog wel wat geschaafd worden. De poging om te verbinden in plaats van te polariseren oogt sympathiek, al ligt de boodschap (‘opdat we in iedere ‘ander’ een stukje van de Ander mogen zien’) er wel duimendik bovenop.
*Het inspiratiemagazine ‘Geloven in Nederland’ wordt gratis toegezonden aan kerkelijke en religieuze gemeenschappen, alsmede professionele werkers op kerkelijk en religieus terrein. Een particulier abonnement kost 5€ per jaar. Informatie via telefoon (033) 257 04 39 of FUIK? www.geloveninnederland.nu

Meer+
profileert zich als een lifestylemagazine met diepgang. Het blad is een uitgave van het Evangelisch Werkverband binnen de Protestantse kerk. Aan de artikelen is dat niet zo te merken. De zoektocht naar ‘iets’ staat centraal. Oud-EO-coryfee Jan van den Bosch hemelt Israël op. In hetzelfde artikel wordt ongege-neerd reclame gemaakt voor een reisbureau dat de lezer Israël laat ontdekken. Er is ook ruimte voor de stilte in een trappistenklooster. En ja, daar mag een foto van het plaatselijke bier niet ontbreken. Een veelkleurig blad. Via de website kan de lezer doorverwezen worden naar plaatselijke gemeenten. Ik neem de proef op de som. Het blijken allemaal orthodoxe en evangelische gemeenten te zijn. *Meer+ kan besteld worden via www.isermeer.nl

Martin Maassen


GEDICHT VAN TOYO SHIBATA

Het was in juni dat in dagblad Trouw het volgende gedicht van een Japanse dichter werd behandeld. Het raakte mij meteen in zijn eenvoud en zeggingskracht. Enkele weken later kreeg ik een mooi verzorgde uitnodiging van een vriendin die behandeld was met chemokuren. Ze wilde het leven vieren en zou een feest geven: haar pruik kon weer af. Hetzelfde gedicht gebruikte zij voor de uitnodiging. Ik laat hier het gedicht volgen zonder commentaar

Aan de lucht

De lucht die ik gadesloeg
vanaf mijn bed
in het ziekenhuis
was altijd lief voor me

De wolken dansten
en lieten me lachen
Het avondrood
wast mijn ziel schoon

Maar morgen word ik ontslagen
Dus voor deze hele maand:
bedankt

Als ik thuiskom
zal ik eens wuiven
Zorg dat je het zeker ziet,
Oké?
Toyo Shibata

Ik ben benieuwd hoe het gedicht klinkt in de oorspronkelijke taal, maar ook in het Nederlands klinkt het mooi.

André Maris

SPIRITUELE DAGELIJKSE KOST IN SOORTEN EN MATEN

December is voor veel mensen de maand waarin er gezocht wordt naar Bijbelse of spirituele dagboeken voor het aankomende jaar. Wordt het zware kost, een knipoog, bekommerd gezweef of traditie?

ZWARE KOST
Voor de wat zwaardere kost is er het Bijbels dagboek – kracht voor elke dagvan uitgeverij de Vuurbaak. De Vuurbaak is een (vrijgemaakt) gereformeerde uitgeverij uit dezelfde ‘stal’ als het Nederlands Dagblad. In het Bijbels dagboek wordt een Bijbeltekst gevolgd door uitleg van een predikant. Daarnaast is er een aanbevolen lied. Sommige exegese wordt afgesloten met een vraag, zoals ‘Vertrouw je er nog op dat het recht van God onze vuile wereld zal reinigen?’ Of ‘Weten dat iets niet deugt en er toch mee doorgaan. Is dit herkenbaar? ’Op een andere plek staan er suggesties voor gebed. Voor niet (gereformeerd) ingewijden is de herkomst van die gebeden niet duidelijk.

KNIPOOG
Voor de dagelijkse knipoog is er de zeurkalendervan Peter van Straaten. Wie onder spiritueel ook ‘geestelijk geestig’ verstaat kan zijn lol op met de prikkelende tekeningen en treffende teksten. ‘Kom ik ooit nog van u af, denkt u?’ verzucht een doodmoe uit de ogen kijken vrouw tegen haar therapeut. En op Hemelvaartsdag zegt een oma tegen haar (klein)kind op de bank: ‘Nee, schat… dat is ruimtevaart. Hemelvaart is iets heel anders.’

ZWEVEN
Wie houdt van (on)bekommerd zweven kan terecht bij de Benedictijner monnik Anselm Grün uit Münsterschwarzach. Grün schreef veel bestsellers onder titels als Vriendschap, ieder zijn engelen Klein handboek bij grote vragen. In Momenten van geluk 2013 – wijsheden voor elke dag (uitgeverij Meinema) geeft Grün ons een meditatievetekst mee voor iedere dag. Die zijn dan van het kaliber ‘In het vasten tonen we ons geloof’, ‘Wie wijs is, ziet in alles een gouden glans’ of ‘Leven vanuit de kern van wie je zelf bent, betekent ook: leven vanuit God.’ Zulke teksten zeggen meer dan duizend wierookstokjes….

TWEETCULTUUR
Volgens Andries Knevel passen de teksten van theoloog Rudi Hakvoort in zijn Ongelooflijk dagboek (uitgeverij Kok) bij een cultuur van tweets en mailtjes. Ze zijn kort en sprekend. Hakvoort geeft aan allerlei Bijbelteksten die met Jezus in verband staan een originele draai. Zo verbindt hij Matteüs 11, vers 12 aan de Hells Angels (‘Waarom is het geloof alleen voor fatsoenlijke mensen?’). Johannes 12, vers 3 wordt onder de kop ‘Luchtverfrisser ’ besproken: ‘Christen-zijn is een vies karweitje. In de kerk verzamelt zich immers het uitschot der aarde. Afgezien van u dan.’ Het dagboek van Hakvoort is niet gebonden aan kalenderdagen. Tijdloos dus.

TRADITIONEEL
De Bijbelse Dagkalender 2013 (uitgeverij Boekencentrum) volgt het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap. Voor elke dag is er een Bijbeltekst en een suggestie voor een lied. Er zijn ook gebeden en gedichten. Dagelijks is er een meditatie, geschreven door een PKN theoloog. In 2013 is er ruim aandacht voor teksten uit het Lucasevangelie en uit de Samuelboeken. Uiteraard ontbreken ook dit jaar de uitstapjes naar de Psalmen niet. Voor traditioneel ingestelde vrijzinnigen en voor Hervormde wederdopers is deze dagkalender nachtkastjesvoer. Doopsgezinde dagboeken worden overigens niet uitgegeven…

Martin Maassen


EET NOOIT APPELS MEER!

Adam leefde lang geleden,
eenzaam in de tuin van Eden,
met de zegen van de Heer,
wat verlangt een mens nog meer.
Hij liep lekker in z'n blootje,
baadde zon en baadde pootje,
in het water van de beek,
zeven dagen van de week.

Adam leefde zonder zorgen,
tot dat hij op zekere morgen,
plotseling ontdekte dat
ieder dier een vrouwtje had!
Hij zei: “Heer, ik wil niet klagen,
maar ik zou U willen vragen
onderdanig en beleefd,
of U ook voor mij een vrouwtje heeft”.

'Goed', zei God, 'ik zal mijn best doen’,
‘maar dan moet jij zelf de rest doen.
Ik zal zorgen voor een vrouw,
die haar leven deelt met jou'
Adam liep van pret te zingen,
hij kocht twee verlovingsringen.
Prijs de Heer, ik krijg een wijf,
al kost 't me een rib uit 't lijf.'

En toen Adam lag te slapen,
heeft de Heer de vrouw geschapen,
't Was een droom van elke man,
alles d'r op en alles d'r aan.
En ze leefden heel tevreden,
samen in de tuin van Eden.

Totdat op zekere dag,
Eva de boom met appels zag,
Eva dacht: 'Wat kan het schaden
aan zo'n boom zo volgeladen.
Ofschoon de Heer het mij verbiedt,
mist men een, twee appels niet.'

Eva brandde van verlangen
toen zij al dat fruit zag hangen,
Ze nam een hap terwijl ze zei:
An apple a day keeps the doctor away.

Toen was 't gedaan het mooie leven
Het paradijs werd opgeheven,
Door een appel, zo ik weet,
werken wij ons nu in 't zweet,
Door het eten van die appel,
werken wij ons nu te sappel:
Het is daarom dat ik beweer:
Snoep verstandig, eet een peer!'

Naar overzicht Leeshoek


GEDICHT VAN ED HOORNIK

Vóór de zomer was ik in Mennorode, op het weekend van de filosofie. Daar heb ik deelgenomen aan een les van Joke Hermsen, filosofe en schrijfster van ondere meer Stil de tijd. Tegenwoordig is tijd een economisch principe: we leven bij de klok. De pre-socratische filosofen onderscheidden twee soorten tijd: chronos (‘tijd hebben’; deze tijd kun je meten) en kairos (‘tijd zijn’; deze tijd is het ervaren). Kairos is de tijd waarin je de klok vergeet, het is de tijd van de creativiteit, de verandering. Een voorwaarde voor het denken en de creativiteit is scholè:vrije tijd, rust, introspectie. Deze scholè (waarvan ons woord ‘school’ is afgeleid) is noodzakelijk om te leren. Helaas zien we tegenwoordig dat op school weinig tijd (!) wordt vrijgemaakt voor rust, introspectie enzovoort.
We hebben juist evenwicht nodig tussen deze twee soorten tijd. Op een gegeven moment zei ik: wat je hier vertelt doet mij erg denken aan het bekende gedicht van Ed Hoornik. Ja, ze had het ook willen voorlezen, zei Hermsen. Gelukkig had ik het gedicht bij me (in mijn hoofd) zodat het toegevoegd kon worden.

André Maris

Op school stonden ze op het bord geschreven,
het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
de ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken
en daarheen langzaam worden opgelicht.

Ed Hoornik, uit: Verzamelde gedichten, 1972

Naar overzicht Leeshoek


DE WIJSHEID VAN POLITICI

Vaak wordt Nederlandse politici verweten dat zij slechts oog hebben voor de waan van de dag en geen boeken schrijven. Boeken geven de politicus kans om op een niet-hijgerige manier te reflecteren op het alledaagse bestaan en om verantwoording af te leggen aan de kiezer. Niet in kille oneliners, maar in goed doordachte zinnen.
En nu zijn daar, zo maar ‘ineens’, drie boeken van Tweede Kamerleden op een rij. Hoe zit het met de diepgang?

Vrijheid
SP-Kamerlid en filosoof Ronald van Raak bundelde zo ongeveer alle columns die hij de afgelopen jaren geschreven heeft in een felrood boekje. Filosofen zoeken naar de waarheid, terwijl politici vooral leven bij de waan van de dag. Van Raak ging op zoek naar een antwoord op de vraag hoe de politiek een bijdrage kan leveren aan de vrijheid van mensen. Zijn antwoord geeft hij al direct weg: vrijheid moet het eindpunt zijn. Vrijheid moet je vooral organiseren door goede randvoorwaarden: publieke voorzieningen en sociale zekerheid. Wat volgt is een bij elkaar geraapt geheel aan korte stukjes. Daarin trekt van Raak van leer tegen lobbyisten, managers, neoliberalen en Europa. ‘De politieke elite heeft zich afgekeerd van de bevolking’, zo luidt van Raaks’ voorspelbare conclusie in een uit NRC Handelsbladgekopieerd interview.

Vrije moraal
Scheidend D66-Kamerlid Boris van der Ham beschrijft in zijn boek hoe sinds de oprichting van de Tweede Kamer een scheiding loopt tussen moralisten en liberalen. De moralisten, vaak van christelijke afkomst, vinden dat de burger van bovenaf moet worden opgelegd hoe zij met seks, drank en drugs omgaat. De ‘liberalen’ staan voor de eigen keus van de vrije mens. Het eerste deel van het boek biedt een interessante kijk op de parlementaire moraal ten aanzien van seks, drank en drugs. Als je dat gelezen hebt wacht je vervolgens vergeefs op de eigen visie die de Remonstrantse vrijdenker Van der Ham ons in het begin aankondigt. Hij sluit zich gemakshalve aan bij de visie van zijn vrijzinnige voorgangers. De vrije moraal is het volgens Van der Ham waard om ‘steeds verfijnd maar ook verdedigd te worden. En dat moet gebeuren volgens goede Nederlandse traditie, met de gordijnen wijd open’.

Morele agenda
ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind vraagt zich af welk verschil je als christen in de politiek kunt maken. Hij wil opkomen voor het leven, het gezin en de stem-lozen. Om zijn uitgesproken visie te onderbouwen komt Voordewind, in zijn zoektocht naar Gods bedoeling met de wereld, vaak met duizeling-wekkende cijfers. Zo zouden zeven op de tien Nederlanders problemen in hun relatie ervaren en worden er tussen de 100.000 en 150.000 kinderen per jaar mishandeld, aldus de bevlogen politicus. Het geeft ruggensteun aan zijn morele agenda voor de politiek Hoewel Voordewind regelmatig naar Bijbelteksten verwijst, blijft het niet bij vrome woorden. Regelmatig beschrijft de schrijver hoe hij zelf de handen uit de mouwen steekt om iets aan het geconstateerde onrecht te doen. ‘Voor sociale rechtvaardigheid, duurzaamheid en versterking van burgerschap en identiteit’.
Al lijkt de morele agenda van Voordewind vaak op een omgekieperd verkiezingsprogramma, zijn worstelingen lijken oprecht.

Martin Maassen

‘Op zoek naar vrijheid’ van Ronald van Raak verscheen bij uitgeverij van Gennep.
‘De vrije moraal’ van Boris van der Ham bij Uitgeverij Bert Bakker en
‘Ben ik nou gek?’ van Joël Voordewind bij Uitgeverij Medema.

Naar overzicht Leeshoek


GEDICHT VAN HENDRIK MARSMAN

Zo aan het eind van de zomer is het mooi een heftig gedicht van Hendrik Marsman te lezen.

Paradise regained

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.

zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van 't water,
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgeloos zingt langs het eeuwige water

een held're, verruk'lijk-meeslepende wijs:

het schip van den wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen -
wij gaan terug naar 't Paradijs.

Hendrik Marsman, uit: Verzameld Werk, 1938

Wat opvalt is in de eerste plaats degedurfde beeldspraak.Dit gedicht wordt gerekend tot hetExpressionisme, de stroming die volgt op en zich afzet tegen het Impressionisme. De laatstestroming wilde de werkelijkheid niet realistisch weergeven, maar vooral als de indruk die het tafereel op ons maakt, met - in de schilderkunst onder andere Monet en Manet – vlekjes van licht en schaduw. Daarbij staat de zintuig-lijke indruk van de realiteit dus centraal.
In het Expressionisme gaat het om de uitdrukking van het innerlijk van de kunstenaar. Daarbij gaat het niet om een weergave van (de indruk) van de werkelijkheid, maar om de expressie van diens emoties.
Kleuren en beeldspraak hoeven niet meer ‘realistisch’ te zijn. Vincent van Gogh heeft een bijzondere ontwikkeling doorgemaakt van realist (‘De aardappeleters’) via impressionist tot expressionist.

Deze keer zal ik niet allerlei vormen van rijm bespreken, maar aandacht geven aam het thema. In Genesis wordt de vrouw toch beschouwd als de hoofdschuldige aan de verbanning uit het paradijs; in het gedicht is het een blonde vrouw die de terugkeer inleidt.
Overigens wordt hier volgens mij het paradijs niet bereikt, maar gaat het om de tocht naar het paradijs. Verder komen drie van de klassieke vier elementen prominent naar voren: water, vuur en lucht. Met een beetje goede wil verwijzen de ‘sneeuwwitte rozen’ naar het element van de aarde waaruit ze ontsprongen zijn.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek

Gedicht De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Jakobus Cornelis (Jacques) Bloem (1887-1966), uit: Quiet though sadvan 1946.

Een paar jaar geleden heeft de Broederkring een dienst in onze gemeente verzorgd. Toen heb ik De Dapperstraat voorgedragen. Het is een van mijn lievelingsgedichten. Het gedicht spreekt mij aan vanwege de idee die het uitdraagt: “Het leven houdt zijn wonderen verborgen” (r.10). Je moet er alleen wel voor openstaan. En je moet er niet op uit zijn: “Alles is veel voor wie niet veel verwacht” (r.9). Voordat de dichter tot deze wijsheid komt laat hij eerst zien dat de natuur, door velen bezongen als een oneindige inspiratiebron, hem nogal flauw overkomt. Ze stelt in ons land ook niet veel voor (strofe 1). Hij geeft duidelijk de voorkeur aan de stad, niet zomaar de stad, maar de grauwe, stedelijke wegen; niet het water dat vrij stroomt (waar komt dat ook nog voor in ons land?), maar dat ingekaderd is; en de wolken zijn pas echt mooi als ze omrand zijn door een zolderraam.

In deze omgeving ontstaat het wonder. Het lijkt een beetje op Jezus die niet in een paleis wordt geboren, maar in een voederbak, in een stal. Het wonder wordt dus niet in de natuur ervaren, ook niet in een mooie buurt of in een van de mooie parken van de hoofdstad, maar in de Dapperstraat, een volksbuurt in Oost.

Als Bloem zijn wijze gedachte zomaar had opgeschreven, had ze ons niet geraakt. Maar hij heeft er een mooi gedicht van gemaakt, een sonnet, volgens de klassieke opbouw van vier strofen met 4-4-3-3 regels. Na de twee kwatrijnen, dus in r.9, volgt – zoals het hoort – de wending: de dichter heeft eerst voorbeelden gegeven van wat hem niet en wel boeit, en nu maakt hij zijn punt.

Bijzonder dat in de eerste acht regels slechts twee rijmwoorden voorkomen: egen/and. Maar daarnaast zijn er andere rijmen die het gedicht samenbinden: de alliteraties in r.9: veel/voor/veel/verwacht, en in r.13: miezerige/morgen, en de belangrijkste in r.14: Domweg/Dapperstraat. En de klinkerrijmen in r.7: nooit/zo/schoon, en ook: dan/als/omrand.

Het gedicht is mij uit het hart gegrepen: ga niet zoeken naar het wonder, ga het niet verwachten, dan word je teleurgesteld. Op elke plek kun je het wonder ervaren. Juist daar waar je het niet verwacht.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek

EEN GLIMP VAN EEUWIGHEID

‘Is Europa een stervende zwaan? Eurosceptici menen van wel. Het is niet zo. Europa heeft bewezen dermate veerkrachtig te zijn dat zij uit elke doodstrijd levend te voorschijn komt, sterker dan voorheen. De Europese zwaan is de gevederde tweelingzuster van de feniks, de mythische vogel die steeds uit haar as herrijst.’ Het zijn de beginwoorden van een strijdbare Christiane Berkvens-Stevelinck, Remonstrants theologe, in haar nieuwste boek Erfenis Europa, toekomst van een stervende zwaan. Berkvens probeert in negen kernbegrippen de culturele kroonjuwelen van Europa te omschrijven. Het gaat daarbij om verwondering, nieuwsgierigheid, vertrouwen in de vooruitgang, verantwoordelijkheid, tolerantie, geduld, vrijheid, idealisme en schoonheid. Christiane Berkvens gaat daarbij op dezelfde wijze te werk als in haar inspirerende boek Cathechismus van de compassie, dat zij samen met Ad Alblas en Brigida Almeida maakte. Begrippen worden gekoppeld aan uitingen in de kunst en cultuur. Dat gebeurt allemaal op een aangenaam lichtvoetige wijze. Zo worden we bij ‘vrijheid’ via de beginwoorden van de Marseillaise, Walewein (een neef van koning Arthur), de film What women want, Augustinus, Arminius, Spinoza (‘het doel van de staat is vrijheid’) en Mozes bij de zich splijtende Rode Zee, naar de strijd tegen de slavernij gevoerd. Zo eindigen we bij Asterix en Obelix en bij Sophie Scholl, een Duitse studente die samen met haar broer lid was van Die Weisse Rose, een studentenverzetsgroep tegen de nazi’s. Gedanken sind frei. Het begrip ‘geduld’ leidt ons uiteindelijk tot zaken als ‘slow food’ en de achtste deugd ‘geduld’ (piëta) in een schilderij van Vincent van Gogh. Maar daarvoor zijn we nog even deelgenoot van de glansrol van Simone Signoret in La vie devant soi. Signoret speelt daarin een joodse oud-prostituee, Madame Rosa, die in Parijs een huis voor kinderen van prostituees runt. Momo, een haar pupillen, draait daarin de rollen om als hij Madame Rosa de laatste jaren van haar leven trouw blijft. Geduld wordt met geduld beloont.
Ieder kernbegrip wordt door Christiane Berkvens verbonden aan ‘een kostbaar bezit aan beeldende kunst, literatuur, muziek en films, als geschenk aangeboden aan nieuwsgierige mensen die kennis willen nemen van hun eigen erfenis’. Dat Berkvens daarbij zeer associatief en in een hoog tempo zaken aan elkaar verbindt, werkt niet storend, integendeel. Iedere associatie roept als het ware een nieuwe op. Of met de negen kernbegrippen alle Europese, culturele kroonjuwelen zijn gevangen (voor ‘wijsheid’ en ‘openheid’ was ook zeker plaats geweest) laat na het lezen en vooral ook zien en ervaren van ErfenisEuropa zelfs de kniesoor koud. Onder ‘schoonheid’ wordt ons aangeraden een beeld van het eerder beschreven noorderlicht te verbinden met passages uit een stuk van de componist Sibelius. ‘Pure schoonheid. Een glimp van eeuwigheid.’Het is aan Christiane Berkvens te danken dat we al die glimpen mogen opvangen.

Martin Maassen

Erfenis Europa van Christiane Berkvens-Stevelinck is uitgegeven door uitgeverij Skandalon.

Naar overzicht Leeshoek

ARGUMENTEN OM TE GELOVEN

Het Hebreeuwse woord voor ‘woord’ (dabar) verenigt zowel woord als daad in zich. Het één roept het ander op. God sprak en het was er. Dat moet ook de Rotterdamse pastor Bert Kuipers hebben gedacht toen hij zijn Tien motieven om te geloven schreef. Een gespreksboekje met tien argumenten waarom je vandaag nou zou geloven. Variërend van ‘omdat een mens zich kan verwonderen’ tot en met ‘omdat God woont in verhalen’. Moeilijker wordt het wanneer ‘omwille van de eeuwigheid’ of ‘omwille van een cultuur die van kerk weet’ als argumenten in de strijd worden gegooid. Kuipers werkt alle tien argumenten keurig uit met Bijbelteksten, korte overdenkingen en gespreksvragen. Zo ontstaat een boekje dat goed bruikbaar kan zijn voor een gespreksgroep. In een van de brieven van het Nieuwe Testament klinkt het zo: geloof is de zekerheid van de dingen die men hoopt en het bewijs van de dingen die men niet ziet (Hebreeën 11:1).
Kuipers probeert dit geloven nu rationele argumenten te onderbouwen. Een moedige en deels ook hachelijke poging. Voordat je het weet word je geslacht in de arena van verlichtingsfundamentalisten die geloof zien als ‘ook maar een mening’.

Martin Maassen

Tien motieven om te geloven van Bert Kuipers werd uitgegeven door uitgeverij Boekencentrum

Naar overzicht Leeshoek


AUTHENTIEK

Het is dit jaar 300 jaar geleden dat de Verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau werd geboren. Rousseau werd vooral bekend door zijn filosofie van de radicale eerlijkheid en echtheid. Terug naar de natuur, het ideaal van de authenticiteit. Tegenwoordig zien we die hang naar het ‘pure’ belichaamd in programma’s als Boer zoekt vrouw, in sporthelden, Facebook (hoe kom ik zo echt mogelijk over?), in de toeristenwinkel Sijtje Boes op Marken en in ‘natuurlijk voedsel’. De reclame is ervan doordrongen, maar ook de politiek. Fortuijn, Roemer en Bolkestein, om maar eens wat dwarsstraten te noemen, zijn authentiek. What you see is wat you get.

Filosoof Maarten Doorman laat zien hoe het streven naar authenticiteit juist leidt tot gekunsteldheid en bedrog. ‘Wie echt wil zijn is het per definitie niet’. Doorman beschrijft aan de hand van anekdotes Rousseau als een vat vol paradoxen. Die paradoxen gelden ook voor de ‘moderne mens’: de kunstenaar als merk en de smiley, in een mailwisseling of chatsessie, als ‘ridicule atoom van authentiek gevoel’. In plaats daarvan pleit Doorman voor de vooruitgang, ‘als een combinatie van traditie en kwaliteit’.

Juist als de lezer is geprikkeld door 130 pagina’s paradoxen en schijnoplossingen, ligt Maarten Doorman een tipje van de sluier van zijn eigen filosofie op. Die filosofie verdient een nadere beschouwing in dezelfde leesbare, kostelijke stijl als Rousseau en ik!

Rousseau en ik van Maarten Doorman is uitgegeven door uitgeverij Bert Bakker.

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek


JORDANIËREIS

In de krokusvakantie ben ik samen met mijn vriend Ton op reis geweest naar Jordanië. Het was een georganiseerde reis van Drietour uit Driebergen. Om twee redenen was het voor mij een bijzondere ervaring. De eerste reden ligt voor de hand: ik heb een prachtig land bezocht met landschappen die ik niet eerder zag.
Wat een uitgestrekte leegten, dor en kaal, reusachtige bergen en dalen, maar vooral droog droog droog. Op de berg Nebo met uitzicht op de achthonderd meter lager gelegen Jordaanvallei en daar-achter Jericho en heel in de verte de Olijfberg.
Op dit punt liet God aan Mozes het Beloofde Land zien, hier stierf Mozes. (De reisleider, ds. Piet van Midden, vertelde hier het verhaal uit de Midrasj dat Mozes in discussie ging met God, omdat hij nog verder wilde, het Beloofde Land in. God drukte toen Zijn mond op die van Mozes en nam hem de adem weg, het omgekeerde van wat God gedaan had met Adam!).
Ik kreeg veel meer gevoel bij de bijbelverhalen, zowel die uit het Eerste Testament, bijvoorbeeld de Uittocht, als ook het Tweede Testament: hoe belangrijk is hier water, schaduw, een boom, een beek, je voeten wassen. Behalve door deze verdieping was de reis om nog een andere reden voor mij een eyeopener. Om dit uit te leggen zal ik eerst iets over Drietour zeggen. Deze organisatie doet in reizen voor christelijke gemeentes.

De deelnemers aan deze reis gingen niet in de eerste plaats mee als toeristen, maar als potentiële reisleiders. De meeste mensen waren voorganger of anderszins werkzaam in de geestelijke zorg, veelal van PKN-huize, enkelen katholiek. Ik was de enige vrijzinnige. Velen hadden hun partner m/v bij zich. Het was de bedoeling dat deze deelnemers in hun gemeente een twintigtal mensen enthousiast zouden maken voor zo’n georganiseerde groepsreis.

Nogal wat predikanten hadden ook al diverse reizen georganiseerd, bijv. ‘In de voetsporen van Paulus’, naar Rome, Egypte, Israël en Jordanië. Ik maakte mensen mee van ‘gewoon hervormd’ tot ‘zwaar gereformeerd’. Mijn ideeën werden danig op de proef gesteld en vele bleken vooroordelen, bijvoorbeeld dat je met ‘zwaren’ geen zinnig gesprek kunt voeren. Aardige mensen, veelal belangstellend naar mijn geloven, en ook open over zich zelf. De vrouw van een ‘zware’ predikant (‘zwaar’ was hier een woord dat gebruikt werd door een andere PKN-predikant over deze vrouw) die een half jaar geleden verhuisd was vanuit hun Katwijkse gemeente naar een dorp boven Gorinchem. Katwijk was licht, aldus deze vrouw, maar in het nieuwe dorp had nog niemand van de gemeente een woord met deze domineesvrouw gewisseld. Men moest eerst de kat uit de boom kijken. Er sprak eenzaamheid uit.

We hebben veel gezien, maar ook gelachen en uitgewisseld, en liederen gezongen als de reis door de woestijn erg lang duurde. Erg goed was ook dat we een reisleider hadden die op een leuke en boeiende manier bijbelse achtergronden bij bijzondere plekken kon vertellen en de bijbelverhalen met elkaar in verband bracht. Ik kan mij voorstellen dat iemand als mijn docent bijbelse geschiedenis, Wieteke van der Molen, als reisleider meegaat op zo’n reis voor doopsgezinden. Die hoeven dan niet uit één gemeente te komen.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek


HET VRIJE WOORD ZONDER DOMINEES

Anno 2012 is het kerkelijk geluid in het maatschappelijk debat zo goed als verdwenen. Dat is althans de conclusie van Fennand van Dijk en Joost Röselaers in Het vrije woord–religie en politiek in domineesland. Liepen de kerken in de zeventiger en tachtiger jaren nog voorop in de strijd tegen kernwapens en kern-energie, in deze tijd zijn de kerken nauwelijks meer zichtbaar. Om met theoloog Herman Noorde-graaf te spreken: ‘Nederland is geen domineesland meer’. Om dat te onderstrepen worden in Het vrije woordtheologen van allerlei politieke snit geïnterviewd. Net als een drietal opiniemakers. De Tilburgse (klokkenluidende) pastor en PVV-stemmer Harm Schilder wil vooral ‘dat de overheid de kerk wat meer met rust laat’. VVD-senator Heleen Dupuis ziet het liberalisme als ‘een verzetsbeweging, net als het protestantisme’. Groen Links senator Ruard Ganzevoort wil ‘als gemeente met alle verschillen die er zijn samenkomen rond het heilige’. SP-stemmer Huub Oosterhuis ziet de Bijbel als een bron voor het socialisme. Terwijl filosofe Désanne van Brederode van die gedacht gruwelt: ‘Wie is God? Is dat Huub Oosterhuis? (..) Hij doet precies wat hij de Rooms-Katholieke kerk altijd verweten heeft. Juist door politieke en maatschappelijke vraagstukken allemaal bij elkaar te willen brengen in de dienst, maak je van de mensen toch weer een soort kuddedieren die het totaalpakket moeten nemen’. Jammer dat de auteurs er niet voor kozen om de gesprekspartners van diverse pluimage aan een tafel te zetten. Alleen al een tweegesprek kan soms zoveel meer gespreksstof opleve-ren. Zo blijven het soms interes-sante statements van Einzelgänger met een bepaalde politieke voorkeur.

Van Dijk en Röselaers stellen voor een theoloog in de Sociaal Economische Raad (SER) op te nemen. Geloven zij echt dat daar-mee de invloed van christelijke gemeenten in de samenleving weer zichtbaarder wordt?

“Het vrije woord”, Fennand van Dijk en Joost Röselaers. Uitgeverij Meinema

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek


VAN LIESHOUT SCHRIJFT ONGEMAKKELIJK VERHAAL

In 1999 verscheen van Ted van Lieshout Zeer kleine liefde, gedichten, brieven en foto’s over de bijzondere relatie die van Lieshout in zijn jeugd beleefde met een volwassen, getrouwde man. ‘Ik heb u niet verraden. Ik heb uw naam niet genoemd’. Als follow-up van dit fijnzinnige werkje schreef Van Lieshout nu een roman voor volwassenen over dezelfde relatie, onder de titel Mijn meneer. ‘De meeste volwassenen gaan niet met je om, en andersom ook niet, behalve als het moet omdat ze bijvoorbeeld familie of de meester op school zijn’. Van Lieshout schrijft het allemaal gevoelvol en overtuigend op, vanuit het perspectief van een 11-jarige, inclusief de ambivalente gevoelens: ‘Ik wilde niet dat ik het wilde, maar ik wilde het wel’. Moedig om in een tamelijk hysterische tijd zo onverbloemd een onderwerp aan te roeren dat in het maatschappelijke discours niet meer onbevooroordeeld besproken wordt.
Jammer alleen dat Van Lieshout in een nawoord en in alle interviews in kranten en op tv niet onder de blijkbaar noodzakelijke disclaimer uitkomt: ‘uiteraard’ keurt hij relaties tussen volwassenen en kinderen niet goed. Mijn meneer vertelt een (ander) verhaal, waarbij velen zich misschien ongemakkelijk zullen voelen maar dat de lezer ook aan het denken zet.

Martin Maassen

‘Mijn meneer’ van Ted van Lieshout is uitgegeven door Querido.

Naar overzicht Leeshoek


GEDICHT VAN WILLEM WILMINK

Willem Wilmink is bekend van liedjes en gedichten. Veel van zijn poëzie is op muziek gezet. Hij weigerde onderscheid te maken tussen literatuur en lectuur, banaal en verheven. Hij hield ook niet van het verschil tussen poëzie en liedjes; voor hem waren die gelijkwaardig. Hij had een hekel aan elitaire kunst en behandelde ook volksliederen, kinderliedjes en smartlappen. Muziek was belangrijk voor hem; Wilmink speelde zelf accordeon en trad op met groepen als Jakkes en Quasimodo. Harry Bannink maakte veel van de arrangementen bij zijn teksten.
Zijn werk ademt het belang van de kindertijd als basis voor het verdere leven; ‘bewondering voor de kinderziel’ noemde hij het zelf. “Men kan zijn kindertijd herdenken uit weemoed om het verloren geluk, maar ook omdat men op zoek is naar een verloren gegane waarheid.”

ACHTERLANGS

De meeste treinen rijden achterlangs het leven.
Je ziet een schuurtje met een fiets ertegenaan.
Een kleine jongen is nog op, hij mag nog even.
Je ziet een keukendeur een eindje openstaan.
Als je maar niet door deze trein werd voortgedreven,
zou je daar zonder meer naar binnen kunnen gaan.
Zodra de schemer was gedaald,
was je niet langer meer verdwaald.
En je ontmoette daar niet eens verbaasde blikken.
Je zou toch komen? Iedereen had het vermoed.
Ze zouden even haast onmerkbaar naar je knikken,
want wie verwacht is, wordt maar nauwelijks begroet.
Je zou je zomaar aan hun tafel kunnen schikken
en alle dingen waren plotseling weer goed.
Zodra de schemer was gedaald,
was je niet langer meer verdwaald.

Je hoefde daar geen druppel alcohol te drinken,
want grenadine zou je smaken als cognac.
Je zag het haardvuur achter micaruitjes blinken,
er kwam een merel zitten zingen op het dak.
En die paar mensen die je nooit hebt kunnen missen,
kwamen daar binnen met een lach op hun gezicht.
Je zou je voortaan nooit meer in de weg vergissen,

je deed het boek van alle droefenissen dicht.
Maar ach, de trein is doorgegaan
en kilometers daarvandaan.

(Willem Wilmink, uit: Verzamelde liedjes en gedichten, Bert Bakker, Amsterdam, 1988)

André Maris


Godsbegrip

God zit niet op een troon van chroom of nikkel

Soms zit hij in een oude perenboom
En merelt
Soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind
Want hij is altijd soms.
Hij is geen kerk van holle eeuwigheid
Hij is geen kathedraal van hoge lege almacht
Hij is een nu, een hier, een altijd soms
Soms lust die schuimt
Soms een verliefdheid
En wee de maagd.

Maar altijd is hij overal in alles
Zoals het is
Zoals het soms en altijd anders is.

Bertus Aafjes

Het bovenstaande gedicht werd aangedragen tijdens een van de cursusdagen van de Doperse theologie. Mij spreekt het aan vooral wegens het Godsbegrip dat hieruit spreekt. Het beschrijft wat God niet is en ook wat Hij (Zij) wel is: overal en altijd, maar ook soms, altijd anders, onverwacht; ongrijpbaar dus. Een van de (vrouwelijke) cursisten vroeg een beetje verwonderd: waarom “wee de maagd”?. Zelf had ik op dat moment niet zo gauw een antwoord. Nu denk ik aan de maagd Maria die zwanger raakt van de Heilige Geest.

Alle oude begrippen van macht en instituties mag je laten varen als je aan God denkt. Hij komt zomaar tevoorschijn, is er onverwacht. Eigenlijk was Hij er steeds, maar plots ervaar je Hem. Daarom is het altijd weer anders.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek

Hoe God verdween uit de Tweede Kamer

‘Uw christendom is nog niet het christendom, Uw Christus en uw Evangelie nog nietde Blijde Boodschap, uitgesproken in Bergrede en gelijkenis op Galilea’s heuvelen.’ Het zijn de woorden waarmee het liberale parlementslid Roessingh Abraham Kuyper in 1901 waarschuwt voor een te gemakkelijk gebruik van het woord ‘christelijk’ voor zijn net aangetreden kabinet. Het was het eerste christelijke kabinet dat Nederland kende. En Kuyper had in zijn regeringsverklaring feite-lijk een geloofsbelijdenis uitgesproken. Tot in de jaren zestig waren dergelijke geloofsbelijde-nissen normaal. De Remonstrantse theoloog Eginhard Meijering schrijft erover in zijn boek Hoe God verdween uit de Tweede Kamer. Meijering analyseert daarin twintig cruciale debatten die de afgelopen jaar in de Tweede Kamer werden gevoerd. Zo komen onder andere debatten aan de orde over het gezantschap bij de paus (in 1925 leidend tot de val van het kabinet-Colijn) en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1939).

Maar ook het debat over de plaatsing van kruisraketten (1985) en de regeringsverklaring van het eerste paarse kabinet (1994) krijgen de aandacht . In het debat over het akkoord van Linggadjati (1946; de erkenning door Nederland van de zelfstandige Republiek Indonesië) lezen we hoe de antirevolutionair Bruins Slot de SDAP’er van Walsum ‘een klassieke dwaling op het christelijke erf, namelijk die van de doperse lijdelijkheid’ voor de voeten gooit. Bij het aantreden van het kabinet Biesheuvel (1971) wordt er in de regeringsverklaring niets meer gezegd over de grondslag van het kabinet en in 1973 (het kabinet den Uyl) verdwijnt de zegenbede, tijdelijk naar later bleek, uit de troonrede. De chronologische analyse van de twintig Kamerdebatten brengt Meijering tot de conclusie dat de christelijke politiek teloor is gegaan, kleine getuigenispartijen als de SGP en de ChristenUnie ten spijt. Het CDA lijkt noch in omvang, noch qua inhoud op zijn drie voorgangers (KVP, ARP en CHU) en de overheid wordt niet langer gezien als de dienaresse Gods. ‘Hoe God verdween uit de Tweede Kamer’ van EginhardMeijering verscheen bij uitgeverij Balans


Naar overzicht Leeshoek

ALEXANDER OP BEZOEK BIJ HENK EN INGRID

D66-voorman Alexander Pechtold ging in gesprek met veertien PVV-stemmers. Mensen met een vaak onbestemd en flinterdun beargumenteerd gevoel van onbehagen. Mensen met een hoog ‘ze’, ‘de politiek’ en ‘de buitenlanders’ gevoel. Hij bracht ze tot openhartige uitspraken zoals ‘Ik heb niet op Wilders gestemd voor Wilders. Hij is een engerd. Het is een proteststem.’

Pechtold kwam tot de conclusie dat ‘Henk makkelijker praat dan Ingrid’ en dat het stereotype beeld van Henk en Ingrid eigenlijk geen recht doet aan de grote groep van ontevreden PVV-stemmers. ‘Mensen willen geen meelopers, maar willen dat leiders zich als leiders gedragen.' Politici voeden de teleurstellingen bij hun eigen kiezers door van ieder incident een groot item te maken, zonder met daadwerkelijke antwoorden op hedendaagse vraagstukken te komen.

We kunnen ‘uit de houdgreep van het populisme’ komen door ‘het democratische debat scherp en met lef te voeren’.

Martin Maassen

Henk, Ingrid en Alexander van Alexander Pechtold verscheen bij uitgeverij Bert Bakker.

Naar overzicht Leeshoek

VAN DE JONGE VROUWEN

Op 20 maart kwamen we bij elkaar om het boek te bespreken van Bernhard Schlink: “De voorlezer“. Helaas kon niet iedereen aanwezig zijn, maar de kamer van de kerkenraad was goed gevuld.
Janny opende de avond met een hartelijk welkom op deze eerste lentedag! Toen Janny de kaars aanstak waren onze gedachten bij de afwezigen en bij allen die Het Licht nodig hebben,
Ze las daarna een gedicht uit de 40 dagenkalender van Peter Hendriks.

Geloven heeft een lange adem en grote inzet
het zoekt en vindt, steeds opnieuw,
het is niet vast te houden.
Het beweegt, of het leeft niet.
Noem dat geen ongeloof en ook geen twijfel.
Zo gaat geloven, als liefde.
Het maakt je sterk en kwetsbaar tegelijk.
Geloven doet je groeien aan je wortels
en bloeien naar Het Licht .
Met grote kracht ademt Geloven grenzen voorbij!

Het boek dat we bespraken was op voorstel van Alice Mulder. Zij was bijzonder geraakt door dit boek, de inhoud gaf aanleiding voor een gesprek over allerlei facetten van het leven. Liefde en haat, oorlog en misbruik van vertrouwen waren thema’s die in het boek pakkend werden beschreven. De taal waarin het verhaal werd verteld had ons allen geraakt, maar ook de scherpe kanten van het leven kwamen duidelijk aan de orde.
Emoties, keuzes, schaamte, begrip en onbegrip en de diepgaande consequenties die dat in het leven kan hebben. Herkend en benoemd werd ook dat een Duitse schrijver een ‘onvrijere’ kijk heeft op de oorlog dan wij en dat ook dit in dit boek duidelijk werd..
Het boek leidde tot een open en diep inhoudelijk gesprek.
Loes sloot de avond af met een passend gedicht van Henri Nouwen , na de heftige onderwerpen die in het boek aan de orde waren gekomen.

Hopen is toch blijven leven
in de vertwijfeling,
en toch blijven zingen
in het duister.

Hopen is weten dat er Liefde is,
is vertrouwen in morgen,
is in slaap vallen
en wakker worden
als de zon weer opgaat.

Is bij de storm op zee
land ontdekken.
is in de ogen van de ander
lezen dat hij je heeft verstaan.

Zolang er nog hoop is
zolang is er ook bidden
en zolang zal God je
in zijn handen houden.

Henri Nouwen schreef een waardevol boek met teksten voor elke dag: “Brood voor onderweg“. Leerzaam en bemoedigend


Naar overzicht Leeshoek

Zoveel soorten van verdriet

Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.


Uit: Sotto Voce van Vasalis

Er zijn weinig dichters die gevoelens van melancholie en verdriet zo treffend kunnen verwoorden als Vasalis. Woorden schieten tekort wanneer een dierbare het tijdelijke voor het eeuwige verruilt. Directe communicatie valt weg. Wat blijft zijn de herinneringen en verhalen. De beelden ook.
‘Dood ben ik pas als jij me bent vergeten’ schreef de veel te vroeg gestorven zanger en componist Bram Vermeulen zo treffend. Maar de troost is schraal. Zodra een dierbare wegvalt overheersen vooral gevoelens van verwarring en verdriet.
Ik heb dat de afgelopen tijd mogen ervaren na het wegvallen van een groot aantal vrienden en familieleden. Twee langjarige vrienden stapten vrijwillig en op veel te jonge leeftijd uit het leven omdat het leven ze te zwaar viel. Familieleden bezweken aan de allesverwoestende kanker. In enkele maanden lieten drie mensen het leven die mij meer dan vijftig jaar kenden en ik hen (hoewel de eerste jaren van mijn leven mij niet zo bijstaan).
Op zo’n moment maak je een pas op de plaats. Het Verarbeiten is een ding, het een plaats geven een andere.

Verdriet kit al mijn krachten samen,
zodat ik roerloos wordt als steen.
Mijn hele wezen wordt materie
een ondoordringbaar star mysterie,
O sla de rots opdat ik ween.


Vasalis kon het zo mooi verwoorden. Poëzie geeft naast verwondering ook kracht door de beeldende eenvoud en zeggings-kracht. Het geloof geeft houvast en vertrouwen.
‘Ik ben benieuwd naar de andere zijde’ zei een van onze broeders voordat hij het aardse bestaan verliet. ‘Jij en ik weten dat er meer is. Dat dit niet het einde is’ zei mijn oom enkele weken voor zijn dood tegen mij. Op zijn gezicht verscheen een gulle lach, al zag ik dat de woorden hem zwaar vielen. Zijn vertrouwen op de Eeuwige gaf hem troost.

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek

GEEF VREDE, HEER, GEEF VREDE (LIED 285 LvdK)
Een devoot ende profitelyck boecxken, 1539

1.
Geef vrede, Heer geef vrede,
de wereld wil slechts strijd.
Al wordt het recht beleden,
de sterkste wint het pleit.
Het onrecht heerst op aarde,
de leugen triomfeert,
ontluisterd elke waarde,
o red ons sterke Heer.

2.
Geef vrede , Heer , geef vrede,
de aarde wacht zo lang,
er wordt zo veel geleden,
de mensen zijn zo bang,
de toekomst as zo duister
en ons geloof zo klein;
o Jezus Christus, luister
en laat ons niet alleen!

3.
Geef vrede, Heer, geef vrede,
Gij die de vrede zijt,
die voor ons hebt geleden,
gestreden onze strijd,
opdat wij zouden leven
bevrijd van angst en pijn,
de mensen blijdschap geven
en vredestichters zijn.

4.
Geef vrede, Heer, geef vrede,
bekeer ons felle hart.
Deel ons uw liefde mede,
die onze boosheid tart,
die onze mond leert spreken
en onze handen leidt.
Maak ons een levend teken:
uw vrede wint de strijd!

Jan Nooter (1922 - 1997)

In de vervolgcursus Doperse theologie heb ik voor de les van Pieter Post, predikant in IJmond, een lied uit het Liedboek voor de kerken gekozen en geanalyseerd. Het lied Geef vrede, Heer, geef vrede was mij al eerder opgevallen vanwege zijn mooie, oude melodie. Maar toen ik mij in de tekst ging verdiepen, raakte ik nog meer gefascineerd: er is sprake van een ontwikkeling, een bewustwording. In het eerste couplet is er een schreeuw van wanhoop, vanuit de diepste diepten. Het lijkt of het nooit meer goed zal komen met de wereld. Niet de ‘lieve Heer’ wordt aangeroepen, maar de ‘sterke Heer’. In de tweede strofe lijkt het door te gaan op de eerder ingeslagen weg, maar hier wordt de kern van de ellende bij ons zelf gelegd: ons geloof is zo klein.
Let ook op de rijmklank klein – alleen: in de Middeleeuwen en ook nog wel daarna gebruikte men de letter i om de voorafgaande klinker te verlengen: de uitspraak was ‘kleen’, maar het woord werd geschreven als ‘klein’. (Denk bijvoorbeeld aan Oisterwijk, wat je moet uitspreken als ‘Oosterwijk’). In het derde couplet wordt ons eigen aandeel nog eens verduidelijkt: wij zijn het die, bevrijd van angst en pijn, de mensen blijdschap geven. En ook wij zullen de vrede-stichters zijn. Tenslotte spreekt mij van het vierde couplet regel 2 het meest aan: ‘bekeer ons felle hart’. Hoe vaak komt het niet voor dat ik woede voel tegenover een medemens, leerling, ouder of een collega. Gelukkig raakt mijn felle hart steeds makkelij-ker bekeerd, voel ik mij mild worden, zie ik de abjecte handeling van die ander als een uiting van onzekerheid of onhandigheid of iets anders. ‘Maak ons een levend teken’: als er iets doopsgezind is, dan is het wel deze notie. Wij zelf zijn het licht der wereld, aangestoken door Christus’ liefde, door de navolging van Hem. Door ons geloof zijn wij het uiteindelijk zelf die de vrede op aarde moeten maken, door niet te wanhopen maar door vast-houdend te geloven en van daaruit te handelen.
Tenslotte vernam ik van Pieter Post dat dit lied in Dresden is gezongen bij de Wende, na de Val van de Muur. Dit geeft nog extra reliëf aan de intentie en de kracht van deze tekst.
Jan Nooter was ook een Doopsgezind predikant. Hij heeft zelf het vierde couplet toegevoegd aan dit oude lied.

André Maris


Naar overzicht Leeshoek

KOMRIJ EN ‘DE LOOPJONGEN’

Gerrit Komrij is naast zijn werk als bloemlezer en (ex)dichter des vaderlands, toch vooral bekend als de criticus/essayist met de scherpe pen. Jarenlang gaf hij in de NRC fel beschouwend en geestig commentaar op uitspraken van vaak bekende Nederlanders. Op mijn w.c. hing lange tijd zijn commentaar op een uitspraak van oud-D66 politicus Boris Dittrich (‘Ik heb het gevoel dat het veranderingsgezinde elan dat Pim Fortuyn ons in 2002 heeft gebracht, wegebt.’). Komrij fileerde die uitspraak op een manier zoals alleen hij dat kan. Komrij strooit niet alleen met pek en veren. Hij schrijft ook romans.
In zijn recente werk De loopjongen, beschrijft Komrij het leven van Arend Wiebenga in drie delen. Arend Wiebenga is ‘de zoon van de eerste vrouwelijke dominee van Nederland’ (doopsgezinden worden overigens alleen maar even zijdelings genoemd..). In deel 1 gaat het over de schooltijd van Arend. Hij is vooral op zoek naar een vriend. Volgens Arend is vriendschap een stilzwijgende afspraak tussen iemand die hij heeft gekozen en iemand die hem weer heeft gekozen, zonder dat ze het van elkaar weten. Zijn zoektocht levert geen resultaat op. Arend wil schrijver worden en ‘andere boeken schrijven, zonder boodschap. Hij zou willen dat de zinnen juist hem zouden sturen, naar verre landen waar van alles kan gebeuren de zinnen koning zijn’. In het tweede en meest sprekende deel lezen we over de studententijd van Arend. Hij komt terecht in kringen van linkse revolutionairen midden in de jaren zestig. De tijd van studentenoproer en demonstraties. In deel 3 is Arend in de jungle waar hij meehelpt met een of andere guerillabeweging. Arend belandt er op een zijspoor als hij weigert de gevangen genomen vijand letterlijk te verpulveren. In de radicale beweging sluit Arend naar zijn idee vriendschap met Bob, de leider van de revolutionairen. In een addendum krijgen we dan te lezen dat Bob voor de BVD werkte en Arend Wiebenga maar ‘een idioot’ vond…
Daarmee komt een einde aan een boek waarin Komrij ons vooral door de hersenspinsels van een wat verwarde domineeszoon leidt. Het hardop denken gebeurt weliswaar in prachtige volzinnen, soms zelfs heel even met die typerende Komrijhumor. Te weinig om er een echt geslaagde roman van te maken.
De loopjongen van Gerrit Komrij verscheen bij uitgeverij de Bezige Bij

Martin Maassen


Naar overzicht Leeshoek

DE APOCALYPS ALS GLOSSY

In een tijd waarin (papieren) kranten en tijdschriften stevig onder druk staan wordt ons religieus, veelkleurige laagland overstelpt met zogenaamde glossy’s. Na Menno, Arminius, Calvijn, Maria en Antoine (Bodar-MM) is het nu de beurt aan het Bijbelboek openbaring van Johannes. Een apocalyptisch (=onthullend; openbarend) geschrift. De apostel Johannes krijgt rond het jaar 90 op het eiland Patmos een visioen, waarin Jezus hem opdroeg zeven brieven te schrijven aan de christenen van zeven geloofsgemeenschappen die gebukt gingen onder de Romeinse overheersing. Het is een tekst over het vergaan van de wereld, eindigend in een prachtige nieuwe wereld (‘Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’).
Kunstenaar Marc Mulders liet zich inspireren ‘door de transitie van een welhaast ‘verloren tijd’ naar een nieuw heroverd en herwonnen elan’. Hij pimpte de teksten op met illustraties van eigen makelij en een eigentijdse (?) titel, Apokalyps. De tekst van Openbaring en de inktzwarte achtergrond overheersen. De subtiele kunst van Mulders delft helaas het onderspit.

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek

VERWACHTING

Het is maart, nog wel winter, maar de veranderingen kondigen zich alaan, in heel kleine dingen. Daarom dit gedicht ‘Verwachting’ van Ida Gerhardt:

Verwachting

Weet gij het ook de ganse nacht?
De vogels komen. Aan een geuren
- van wind, van water?- valt te speuren
hoe 't lage land een komst verwacht.

Morgen het teken aan de lucht
- een frons, een lijn, een krimpend wolken-
en dan, bui van geluid, een vlucht
die dalen gaat: de vogelvolken.

En wéér staan in verwondering
wij tussen dit gevleugeld sneeuwen;
morgen- dan zijn wij, lieveling,
het eerste paar van duizend eeuwen.

Ida Gerhardt (1905-1997), uit: Buiten Schot, De Bezige bij 1947

In dit gedicht van Ida Gerhardt staat de verwondering centraal, verwondering over alweer het nieuwe leven dat op het punt staat te beginnen, nieuw leven aangekondigd door grote vluchten vogels. Dit thema van verwondering, dit openstaan voor het gewone en dit te ervaren als een wonder, raken mij telkens weer.

Een prachtig gedicht met een helder metrum (cadans) en mooie beelden (‘gevleugeld sneeuwen’). En wat een klankrijkdom: bui van geluid, van wind van water, krimpend wolken.

Ida Gerhardt was, behalve lerares klassieke talen, een religieus geïnspireerde dichteres, die door sommigen tot het calvinisme werd gerekend. Hier was zij het beslist niet mee eens. Op jonge leeftijd was zij bevriend met een doopsgezinde predikant.
In de jaren zestig studeerde Ida Gerhardt Hebreeuws, waarvoor ze cum laude slaagde. Samen met haar levensgezellin Marie van der Zeyde publiceerde zij in 1972 een psalmenvertaling, rechtstreeks vanuit het Hebreeuws. Zij woonden toen in Eefde, dicht bij de IJssel, nadat ze enkele jaren in Ierland hadden gewoond.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek

BOEKEN KORT

William Golding, Heer der Vliegen (uitgeverij Mouria)
Mooie, nieuwe vertaling van dit allegorische meesterwerk uit 1954. Engelse kostschooljongens komen terecht op een onbewoond eiland en bouwen daar hun ‘samenleving’ op. Populisme en dictatuur lijken te overwinnen. Uitgegeven ter ere van Goldings’ honderdste geboortedag en van een persoonlijk voorwoord voorzien door Stephen King.

Gerard Mostert, Marga Klompé, 1912-1986 (uitg. Boom)
Boeiende biografie over de eerste vrouwelijke minister van Nederland. De Anna Zernike van ons politieke bestuur kreeg de Algemene Bijstandswet erdoor. Een powerwoman avant la lettre die de eenheid van gezin, kerk en politiek belangrijk vond.

André F. Troost, (i>Alle mensen
(uitg. Boekencentrum)
Kinderbijbel opgezet rond 124 Bijbelse personen. Eerst een korte inleiding, dan een (sprekend) verhaal met speelse illustraties, afgesloten door een kort gebed. Van Naäman tot Levi en van Rhode tot Mirjam.

Gerard van den Boomen, Hartstocht en bedachtzaamheid (uitg. Skandalon)
Oud-journalist van den Boomen herschrijft de Bijbelboeken Hooglied en Prediker in haiku’s en tanka’s. Toch blijft alles ijl:/goeden treft een slecht lot, maar/boosaards gaat het goed.

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek

GOD TERUG IN JORWERD

Het maandblad CV Koers kiest na zijn reïncarnatie (nieuwe uitgever, nieuwe hoofdredacteur) een meer maatschappijgerichte koers. Als je het hoge ChristenUnie gehalte op de koop toeneemt biedt het laatste nummer veel lezens-waardigs. Zo wordt, onder de kop ‘Hoe God verscheen in Jorwerd’, geconstateerd dat dorpskerken weer aansluiting vinden bij dorpsbewoners.
Volgens plattelandssocioloog Tjirk van der Ziel heeft de plattelandskerk vaak onbenutte mogelijkheden. ‘Alleen al vanwege het kerkgebouw, een oase van stilte, waar een rust-zoekende toerist ook op een doordeweekse dag zomaar even zou kunnen binnenwandelen’. Een hagepreek, een dankdag in een boerenschuur, of appeltaarten uitdelen: ‘met liefde gebakken door de kerk’.
In Jorwerd kwam de wederop-leving van het kerkelijk leven na de vestiging van een parochie van de oudkatholieken. En er zijn ook plannen om een protestant klooster te stichten… Missionair adviseur Wijnne pleit er onder andere voor om ‘het gebouw vaker open te zetten’, ‘nieuwe bewoners welkom te heten’ en een ‘promotiecommissie in te stellen’. Laat ‘de waarde van de gemeen-schap zien in een tijd van individualisering’.

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek

GEDICHT

Tot mijn favoriete poëzie horen ook Duitse gedichten, bijvoorbeeld deze van Rainer Maria Rilke.

Ich fürchte mich so vor der Menschen Wort
Ich fürchte mich so vor der Menschen Wort.
Sie sprechen alles so deutlich aus:
und dieses heißt Hund und jenes heißt Haus,
und hier ist Beginn, und das Ende ist dort.

Ik ben zo bang voor het woord van de mensen.
Zij spreken alles zo duidelijk uit:
en dit heet hond en dat heet huis
en hier is begin en het einde is daar.
Mich bangt auch ihr Sinn,
ihr Spiel mit dem Spott,
sie wissen alles, was wird und war;
kein Berg ist ihnen mehr wunderbar;
ihr Garten und Gut grenzt grade an Gott.

Mij beangstigt ook hun denken,
hun spel met de spot,
zij weten alles, wat wordt en was;
geen berg is nog een wonder voor hen:
hun tuin en goed grenst direct aan God
Ich will immer warnen und wehren: Bleibt fern.
Die Dinge singen hör ich so gern.
Ihr rührt sie an: sie sind starr und stumm.
Ihr bringt mir alle die Dinge um.

Rainer Maria Rilke (1875-1926)

Ik wil blijven vermanen en weerstand geven: Blijf ver.
De dingen zingen hoor ik zo graag.
Jullie raken ze aan: zij zijn star en stom.
Jullie maken alle dingen kapot.

vertaling Theo de Boer en André Maris

De mensen hebben de neiging alles te beredeneren. Daarmee wordt het wonder van de bijzondere ervaring kapot gemaakt. Het is niet voor niets dat de joden in het Eerste Testament de naam van God niet wensten uit te spreken: ‘Jhwh’, met weglating van de klinkers. Immers, door het woord uit te spreken krijg je de illusie dat je het (Hem) in je macht hebt, dat je het wonder begrijpt. En daarmee is het wonder voorbij, kapot. Door alles te beredeneren ontkracht je het mysterie. Wanneer je jouw hond ‘hond’ noemt, ontneem je hem zijn individualiteit, zijn uniciteit.
In het dagelijks leven is het echter nuttig en nodig om begrippen en dingen af te grenzen en te definiëren. Maar laten we ons bewust zijn dat je daarmee iets unieks veralgemeniseert. En laten we de kinderlijke blik blijven houden om dingen ‘voor het eerst te zien’.

André Maris


Naar overzicht Leeshoek

FOTOGRAFISCHE STAALKAART VAN RELIGIEUS NEDERLAND

De Rotterdamse mediakunstenaar Eddy Seesing werkte zeven jaar lang aan een representatief fotografisch portret van alle in Nederland actieve ‘religieuze bewegingen’. Seesing ging eropuit met een Linhof Kardan Color camera om tot ‘meer monumentale composities’ te komen, waarbij de religieuze voorgangers als centrale figuur werd afgebeeld ‘in hun natuurlijke habitat’. De voorgangers ‘acteren voor de fotocamera een moment uit hun voorgangerschap’. Van Hersteld Hervormden en Boeddhisten tot Moslims en Joden van allerlei signatuur.
Het Doopsgezinde portret laat Alfred van Wijk zien in de Vermaning van Amsterdam-Noord bij de zegening waarmee hij de gemeenteleden uitzendt naar hun eigen plaats in de wereld. Door de gekozen methode van werken zijn de portretten soms wat al teveel in scène gezet en popperig geschminkt. Toch serveert Eddy Seesing ons een fraaie en imposante staalkaart van (multiculti) religieus Nederland. Zoals zo vaak zeggen beelden meer dan woorden.

Martin Maassen

Religie Nu is uitgegeven bij Uitgeverij Thoth



Naar overzicht Leeshoek

HEMELSE TOETJES

In het Matteüs evangelie staat beschreven hoe Jezus zijn twaalf apostelen uitzond over de aarde om van het hemelse koninkrijk te verhalen: ‘in elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen’. En ‘wie jullie ontvangt, ontvangt mij’.
Culinair schrijfster Renée Vonk gaat er vanuit dat de apostelen goed verzorgd werden, ook waar het de maaltijden betrof. Zij schreef, geïnspireerd door de twaalf apostelen, een boek met 50 Bijbelse nagerechten. Voor iedere apostel een zoet en een hartig nagerecht.
Tomas bracht de schrijfster tot een ijskoud kunstje en ongelovige tomassoufflés. Van Matteüs zijn er riante tollenaarstoetjes en een belastingcake (Matteüs werd van tollenaar apostel…). Ieder recept wordt voorafgegaan door een passende Bijbeltekst en een korte uitleg.
In het tweede deel van het boek laat Vonk zich inspireren door het laatste avondmaal van Jezus en zijn discipelen. Het verbindende element is daarbij een recept van Jezus’ olijfoliebrood. Daarna zijn de toetjes wat minder Bijbelvast, maar niet minder creatief, eigentijds en smeuïg.

Martin Maassen

Hemelse toetjes van Renée Vonk verscheen bij uitgeverij Kok.



Naar overzicht Leeshoek

HOED U VOOR DE TIJDGEEST!

Jan Terlouw is 80 geworden en dat zullen we weten! De oud-politicus en natuurkundige is vooral bekend als kinderboekenschrijver. Maar bij gelegenheid van zijn bijzondere verjaardag bundelde Terlouw zijn verhalen, essays, lezingen en gedichten in boekvorm: Hoed u voor de mensen die iets zeker weten.
Het is een bonte bundel geworden die Jan Terlouw heeft proberen te ordenen rond een aantal van zijn interessegebieden. Zo staat hij uitgebreid stil bij thema’s als leiderschap en duurzaamheid. Ook het geloof komt aan bod.
Niet verwonderlijk voor de zoon van een Gereformeerde Bond dominee. De agnost Terlouw ziet geloof vooral als iets irrationeels, ‘een middel om mensen hoop te geven’. Hij ontkent de zingevingsaspecten niet, maar kan er zelf niets mee, omdat het wetenschappelijk niet bewijsbaar is dat er een God bestaat.
In zijn boek toont Jan Terlouw zich vooral een moralist die vragen durft te stellen. Bij het cynisme en de ongerijmdheid van deze tijd. Bij alles wat al te stellig en onbewijsbaar wordt geponeerd. Het boek is daardoor een verademing in een tijd van plat populisme, een aanklacht tegen de huidige tijdgeest.

Martin Maassen

‘Hoed u voor de mensen die iets zeker weten’ verscheen bij uitgeverij Lemniscaat.



Naar overzicht Leeshoek

Afscheid

Zul je voorzichtig zijn?

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis.

Je kus is licht,
je blik gerust
en vredig zijn je hand en je voet.

Maar achter deze hoek
een werelddeel,
achter dit ogenblik
een zee van tijd.

Zul je voorzichtig zijn?

Adriaan Morriën (1912-2002), uit: Oogappel (1986)

De gedachte achter dit gedicht is zo eenvoudig dat ik haar niet hoef uit te leggen. Bijzonder is dat de beginregel en de slotregel hetzelfde zijn. Daarmee wordt de tekst ‘rond’. Let ook op het chiasme (kruising) in de regels 5, 6 en 7. Eerst de klanken u – i (r. 5), daarna i – u in de volgende regel. Ook opmerkelijk is dat in r. 7 de volgorde omgekeerd wordt (inversie): ‘je hand en je voet’ staan als onderwerp niet vooraan in tegenstelling tot de vorige regels. Het is vast niet toevallig dat deze ‘kruising’ in het midden van het gedicht is geplaatst.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek

GEDICHT NOVEMBER

Dit was de droogste novembermaand in tijden. Toch wil ik onze lezers het bekende gedicht November niet onthouden.

November

het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.

En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.

De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.

J.C. Bloem, uit: Het verlangen 1921, opgenomen in 'Verzamelde gedichten', Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Wat ik mooi vind aan dit gedicht, is het gevoel van mistroostigheid dat er uit spreekt. Dit gevoel wordt niet alleen opgeroepen door de inhoud (betekenis), maar zeker ook door het spel met de klanken, met de rijm. Rijm is niet meer en niet minder dan herhaling van klanken.

Kijk (en luister, lees het gedicht rustig hardop!) eens naar de klinkerrijmen in regent / weer / keert, en heimelijke / pijnen, en kamer / waar / gelaten / daaglijks.
Ook vind ik het enjambement bijzonder in belaagt // het hart (r. 2/3), en onderscheid // meer (r. 10/11).

Het gedicht spreekt voor zich; wat valt er aan toe te voegen? Hoogstens een uitleg van verbeid (r. 12); dit betekent ‘verwacht’.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek

MOMENTEN VAN GELUK 2012

Bij het grasduinen tussen de stapels Bijbelse dagkalenders in de plaatselijke, christelijke boekhandel valt het mij op dat de scheurkalender van Anselm Grün ontbreekt. De verkoopster probeert een verklaring te vinden: ‘Eigenlijk weten we, eh, niet zo heel erg goed wat we met zijn teksten aan moeten. Wat probeert hij nou te zeggen?’ ‘Je bedoelt dat hij zweverig en vaag is?’ Instemmend geknik. Wij begrijpen elkaar. Zo duidelijk als de Benedictijner monnik begint (‘In alles wat we doen zijn we op Gods zegen aangewezen.’, aldus de tekst van 1 januari), zo vaag en nietszeggend kan hij afdromen: ‘Elke tijd heeft een creatieve geest nodig’; ‘Eeuwigheid betekent niet oneindige duur, maar vervulde tijd’; ‘In het zingen hebben we deel aan de lofzang van de engelen in de hemel’; ‘De ervaring van één-zijn betekent altijd ook dat ik het eens ben met mezelf.’ Ongetwijfeld is er in een tijd vol soloreligieuzen een grote markt voor de teksten van Anselm Grün, maar mijn scheurkalender van Peter van Straaten zal hij niet van de toilet verdrijven…
Momenten van geluk 2012 verscheen bij uitgeverij Meinema.

DRIE KALENDERS
DIETRICH BONHOEFFER: EEN THEMATISCH DAGBOEK Godsdienstsocioloog Gerard Dekker stelde een thematisch dagboek samen aan de hand van 366 fragmenten uit de werken van Dietrich Bonhoeffer.
‘366’ zult u zeggen?
Ja, 29 februari werd ook meegenomen, want dit dagboek is niet gebonden aan een bepaald jaar, maar continue (her)leesbaar…
Ook verwijst het dagboek niet naar bepaalde, te lezen Bijbelteksten. Voor iedere maand zocht Dekker een thema uit die hij lardeert met de teksten van Bonhoeffer. Zo zijn er maandthema’s als ‘Een God die mens werd’, ‘De zin van het leven’ en ‘Christelijke spiritualiteit’.
Geen gemakkelijke kost, hoewel de teksten zeer gevarieerd zijn. Volgens Bonhoeffer betekent christen-zijn niet op een bepaalde manier religieus zijn, het betekent mens-zijn. Het christelijke bestaat niet anders dan in het wereldlijke.
Kom daar eens om bij Doopsgezinden die wel in de wereld, maar niet van de wereld zijn. Gerard Dekker heeft een forse, inspirerende klus weten te klaren wat dit thematische dagboek niet alleen voor theologen tot een aanrader maakt.
‘Dietrich Bonhoeffer – een thematisch dagboek’ verscheen bij uitgeverij Meinema.

De 66ste editie alweer.
Wederom de vrucht van noeste PKN arbeid. Zeventien predikanten becommentariëren de dagelijks gesorteerde bijbelteksten, in de volgorde van het rooster van het Nederlands Bijbelgenootschap. Alleen de suggesties voor gebeden zijn van een christelijk gereformeerd predikant. De zondagse teksten worden voorafgegaan door een meditatieve tekst, een gedicht, een lied of gewoon een stukje ter overdenking. Veel van Sytze de Vries, maar ook teksten van Toon Hermans, Henriëtte Roland Holst, Ida Gerhardt (!!) en Huub Oosterhuis.
Qua Bijbelrooster is er in 2012 veel aandacht voor Marcus, Johannes, Spreuken en Deuteronomium. De paar apocriefe tekstjes uit 2011 zijn vervangen door gedeeltes uit Klaagliederen. De Bijbelse Dagkalender zal ook in 2012 naast mijn bed liggen om de dag af te sluiten met een verantwoord meditatief moment.
Niet verwonderlijk voor iemand die uit een degelijk Hervormd nest komt. En bij gebrek aan Doperse dagboeken is de keuze snel gemaakt…

MARIAKALENDER 2012
De Mariakalender verschijnt in de vorm van een klein scheurkalenderblokje. Op iedere dag staan enkele suggesties voor te lezen Bijbelteksten met daaronder korte wijsheden, van Vondel tot Herman Finkers. Op de achterkant van het blaadje lezen we gedichten, handige tips, gebeden, grapjes, puzzels en recepten.
Zo bieden de dagelijkse blaadjes stof tot veelvormig nadenken. De uitgeverij vult de achterkant met behulp van lezerssuggesties. Alleen jammer dat je eigenlijk geacht wordt het blokje op te hangen tegen een achtergrond van een schilderij van Orazio Gentileschi. Maria met kind laat zien hoe Maria een vadsig baby’tje vasthoudt. Dat heeft verder helaas geen relatie met de inhoud van deze oecumenisch getinte scheurkalender.
Maar ja, je kunt het lezenswaardige blokje natuurlijk ook gewoon op de w.c. neerleggen en het achtergrondplaatje aan een (katholieke) buurman of vrouw schenken…

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek

ZWARTE DAUW: ESKIMO IN REFOLAND

Orthodox-protestanten in Nederland staan onverminderd in de literaire belangstelling. Na de kaskraker Knielen op een bed violen (uit 2005) van Jan Siebelink over de Pauwianen (een groep sektarische, orthodoxe thuislezers) was er vier jaar later een volgend succes met Dorsvloer vol confetti van Franca Treur over haar streng gereformeerde jeugd op Walcheren. Treur beschrijft op lichtvoetige wijze de alledaagse zaken uit haar jeugd, terwijl Siebelinks’ roman een onvermijdelijk zwaar einde kent. Waar Siebelink een meesterwerk schreef, was de roman van Franca Treur dusdanig onbevangen van aard, dat ook die door veel recensenten de hemel in werd geprezen. Op de golven van deze populaire ‘refo-romans’ verscheen dit jaar Zwarte dauw van Rachel Visser . Volgens de achterflap ‘een fijnzinnig, literair debuut’ over de orthodox-protestanten in Genemuiden. Visser schreef ‘een portret van een bestaande stad in Nederland’. Alle namen in het boek zijn gefingeerd. Zelfs de winkels en cafés zijn zogenaamd verzonnen, maar daarmee wordt Zwarte dauw nog geen roman. Het is een bundeling interviews zonder enige literaire verdieping. Visser schrijft haar beeld van deze orthodoxe gemeenschap weg onder de kopjes ‘obscuur’. Daarmee is ook de kern van de benadering van de schrijfster weergegeven. Het is alsof er een eskimo landt in de Sahara. De zeden en gewoonten worden opgetekend uit de mond van de geïnterviewden. ‘Vrees de Heere’ staat hier bijvoorbeeld voor een afkeer van popmuziek, film en theater (‘als er iets wordt nagespeeld, mag het niet’), een mens die geneigd is tot alle kwaad en een straffende God. Voor een kermis die ‘van de duivel is’ en een afkeer van homoseksualiteit (‘In onze gemeente zijn er geen homo’s’). Zaken die we in de jaren ’70 feitelijk en boeiend opgetekend zagen in ‘Welzalig is het volk’ (een portret van de zwarte-kousen kerken) van prof. Anne van der Meiden, om maar eens een boek te noemen. Het lijkt Rachel Visser te doen om een naargeestig portret van die sombere mensen met die vaak bleke huiden in die regenachtige stad. Deze karikatuur zou op zich geslaagd zijn als ze niet ook nog eens in tussenhoofdstukjes (‘Clair’ genaamd) haar verwarring en beklemming optekende. Met dat duiden verliest dit “literaire” debuut iedere zeggingskracht. Nee, dan toch liever de houtkoolschetsen van Van der Meiden. Zwarte dauw van Rachel Visser is verschenen bij uitgeverij Augustus.

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek


Gedicht Nazomer van Lucebert

Deze zomer overleed een vriend van mij. In het jaar dat voorafging aan zijn aangekondigde dood stuurde ik hem onderstaand gedicht, om hem een hart onder de riem te steken. We hadden een ontmoeting in een strandtent en hij zei: “Ik vind het een mooi gedicht, maar ik begrijp het niet.”
Ik antwoordde dat ik het niet zou uitleggen maar dat hij samen met mij het gedicht regel voor regel zou lezen en duiden. Als je bij elke regel je afvraagt wat dit beeld voor jou betekent, kom je heel ver.
Doe het maar, waarde lezer. Begin met de titel: Nazomer, de herfst van je leven.
En als je klaar bent met de eerste twee strofen, lees je verder wat ik onder het gedicht heb geschreven.

Nazomer

ik heb in het gras mijn wapens gelegd
en mijn wapens gaan geuren als gras
ik heb in het gras mijn lichaam gelegd
mijn lichaam is geurig als hout bitter en zoet

dit liggen dit nietige luchtige liggen
als een gele foto liggend in het water
glimmend gekruld op de golven
of bij het bos stoffig van lichaam en schaduw

oh grote adem laat de stenen nog niet opstaan
maak nog niet zwaar hun wangen hun ogen
kleiner gebrilder en grijzer

laat ook de minnaars nog liggen en stilte
zwart tussen hun zilveren oren en ach
laat de meisjes hun veertjes nog schikken en glimlachen
Lucebert (1924-1994), Uit: Verzameld Werk, Amsterdam 2002

De eerste twee strofen laten een totale overgave zien; de mystieke term ‘Gelassenheit’ komt bij mij op. En zoals in een echt sonnet hoort, komt dan de wending na de twee kwatrijnen:
een aanroeping om nog niet het einde (De stenen die opstaan!) te laten voltrekken.

Ik vind dit een religieus gedicht. Wie anders dan God is de ‘grote adem’ (r.9)?
Voor mij is het thema: geniet van het leven, zeker tijdens de herfst van je leven.

Lucebert is typisch een dichter uit de periode van de jaren vijftig, een stroming die ook wel de ‘Vijftigers’ werd genoemd: voortbouwend op het Expressionisme uit de jaren dertig, met rijke, persoonlijke beeldspraak die het begrijpen niet altijd makkelijk maakt. Bijzonder is niet de vrijheid in de zinsbouw en interpunctie, omdat die ook echt hoort bij de Vijftigers.
Wel bijzonder is dat deze vrijheid gecombineerd is met de uiterst klassieke vorm van het sonnet.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek


'Twee mensen aan een tafeltje in een studio met een lampje erbij, dat is het.'
De publieke omroep verkeert in zwaar weer. Volgens de plannen van het kabinet Rutte moet er tot en met 2015 meer dan 127 miljoen Euro worden bezuinigd. Forse klappen gaan er vallen bij de omroepen die verantwoordelijk zijn voor de levensbeschouwelijke programma’s, de zogenaamde 2.42-omroepen (zie het blok met achtergrondinformatie), waaronder de IKON. Minister van Bijsterveldt (mediazaken) wil het budget van de 2.42-omroepen in twee jaar tijd halveren. Volgens rechtsfilosoof prof. Wibren van den Burg gaat het om een afrekening met de linkse kerk’.
Voor de IKON betekent de bezuiniging die minister van Bijsterveldt voorstaat een halvering van het totale budget. IKON-directeur Martin Fröberg is meteen maar duidelijk: 'De minister zegt geen bemoeienis te willen hebben met de inhoud van de programmering van de omroepen, maar ze maakt een uitzondering voor de 2.42-omroepen. Die mogen van haar alleen nog maar levenbeschouwelijke programma’s maken.' En daar wringt hem nu juist de schoen, legt IKON-directeur Martin Fröberg uit. “Er is onderzoek gedaan naar het percentage levensbeschouwelijk tv dat wij maken. Voor dit onderzoek is een schema gebruikt waarop de programma’s zijn ingedeeld naar hun vorm, en niet naar hun inhoud of focus. Zo kan het dat de minister concludeert dat een door en door religieus programma als ‘Songs of Praise’ is ingedeeld bij klassieke muziek en de documentaire over de totstandkoming van de Matthäus Passion onder expressie. Hoe levensbeschouwelijk wil je het hebben? Door dit soort foutieve aannames stelt de minister nu vast dat de 2.42 omroepen 75% programma’s van levensbeschouwelijke aard maken en 25% van algemene aard’.
Fröberg windt er geen doekjes om: ‘Het kabinet tast hiermee twee fundamentele beginselen van de rechtsstaat aan, de scheiding van kerk en staat én de vrijheid van godsdienst. Als dit de norm wordt hoe er met kerkelijke organisaties wordt omgegaan, dan is het hek van de dam.’
Het PVV-Kamerlid Martin Bosma maakte in een column in NRC Handelsblad duidelijk dat hij wil afrekenen met de IKON. Met name presentator Paul Rosenmöller (oud- Kamerlid voor Groen Links) is voor hem de verzinnebeelding van alles wat ‘links’ is. Fröberg: ‘Kerkelijk engagement staat heel vaak haaks op het mainstreamdenken. Wij blijven thema’s aanroeren rond de weduwe en de wees. Als het opkomen voor medemensen in de knel “links” wordt genoemd, dan zij dat maar zo, maar ik zie dat anders. De 2.42 omroepen vertegenwoordigen meer dan 8 miljoen Nederlanders. Die zijn echt lang niet allemaal onder het kopje ‘links’ onder te brengen. Mensen zijn in deze hectische tijd op zoek naar een oase van rust en bezinning. Naar programma’s waarin ook eens fundamenteel wordt doorgepraat over maatschappelijk thema’s zonder de hijgerigheid en de hyperigheid van de dagelijkse praatprogramma’s. Ons programma Lux gaat bijvoorbeeld over internationale denkers en hun visie op de toekomst. We hebben er de Europa Erasmus Media Award voor gekregen. In het nieuwe interviewprogramma ‘Gesprek op 2’ (vanaf 11 september te zien op Nederland 2- MM) wordt een half uur lang verdieping gezocht met een gast. Met onze documentaires en de series van Paul Rosenmöller zijn we namens de kerken een ‘venster op de wereld’. Het is onmogelijk om dit soort programma’s met een gehalveerd budget te blijven maken. Dan wordt het echt twee mensen in een studio aan een tafeltje met een lampje erbij, dat is het.’
Fröberg gooit er nog een verzuchting achteraan: ‘De Nederlandse publieke omroep is in al zijn diversiteit een van de best scorende van Europa en tegelijk ook een van de aller-goedkoopste. Volgens mij is alleen de publieke omroep van Albanië goedkoper en dat is géén grap!’
Het kabinet Rutte wil verder dat de 2.42-omroepen aanhaken bij een conglomeraat in de vorm van bestaande publieke (leden)omroepen. Fröberg: ‘Het is beslist niet zo dat we tegen een hervorming van het publieke bestel zijn. Daar werken we van harte aan mee. Wij zijn met diverse omroepen in gesprek. Fusiebesprekingen oké, maar wij willen wel dat onze programmatische autonomie is gewaarborgd. Ook moet het allemaal niet méér geld aan backoffice gaan kosten en willen we de merknamen IKON en ZvK overeind houden. Samengaan met EO en NCRV zijn opties, maar een soort NTR-plus zou ook een mogelijkheid zijn. Overeind blijft, dat we mooie én onderscheidende programma’s willen blijven maken voor radio, tv en internet die ‘de commerciëlen’ nooit zouden maken. Publieke omroep pur sang, wat wil het kabinet nog meer?”
(ZVK: Zendtijd voor kerken)

Martin Maassen

Naar overzicht Leeshoek

Gedicht van Herman de Coninck
Nog niet zo lang geleden was ik bij vrienden. De studerende zoon was ook thuis en aan tafel ontstond zo’n discussie die ik me herinner uit mijn studententijd. Zoon had ‘natuurlijk het grootste gelijk van de wereld’, maar vader sprak op basis van ervaring en kennis van de werkelijkheid. Het ging er stevig aan toe en de spanning was voelbaar. Weer thuis herinnerde ik mij dit gedicht van Herman de Coninck. Het geeft precies weer wat daar aan tafel gebeurde. Ik heb het gedicht aan mijn vriend gestuurd en hij was er blij mee.

Parabel van de verloren vader

Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
Tot die niet meer anders wil.

Je zal maar jong zijn en meningen hebben
Van anderen, en verder niks,
Niet eens een dode vader.

“Dat eigen leven, begin daar gvd eens mee,
en kom over tien jaar eens terug met verdriet
in plaats van gelijk, bijvoorbeeld na een vrouw of twee.
Dat ik kan zeggen: je bent dezelfde gebleven.”

Het bovenstaande is tien jaar geleden geschreven.
En aldus is tien jaar later geschied.

Herman de Coninck (1944-1997); uit: Ein einfacher Mensch

Het gedicht is eenvoudig om te lezen en te begrijpen. Nu ik zelf vader ben kan ik me beide posities goed indenken, en vooral de ergernis van de vader.
Erg mooi vind ik de derde regel: vader kan in de discussie alleen een zin veranderen, maar dat lukt op den duur niet meer. De naald blijft steken in de groef (dit is verouderde beeldspraak!), vader blijft zijn zin herhalen; de discussie loop weer vast. In de tweede strofe verkondigt de zoon (misschien wel ultieme) waarheden, maar die heeft hij niet van zich zelf, ze zijn niet doorleefd, ze zijn van anderen. Herkenbaar vind ik dat de discussie eigenlijk een ongelijke strijd is: vanuit levenservaring, vanuit de kwetsuren die je opdoet bij het volwassen worden leer je dat er ook andere kanten aan een zaak zijn. Dat wordt mooi in de derde strofe uitgelegd.
Uiteindelijk vinden vader en zoon elkaar, tien jaar na dato, na het doorleven van verdriet. De vader is (gelukkig) niet meer een verloren vader!
André Maris

Naar overzicht Leeshoek

Integere biografie over christelijke jongensminnaar

Het zal niet vaak gebeuren dat er over een schrijver of dichter drie biografieën worden geschreven door een en dezelfde biograaf. Het is de dichter Willem de Mérode (1887-1939) nu overkomen.
Zijn biograaf, Hans Werkman zag aanleiding genoeg om de laatstverschenen biografie van 1983 eens grondig te herschrijven. Werkman vond nieuwe feiten en inzichten die een derde, nog vollediger biografie rechtvaardigden. En terecht.

Een jongenszaak
Willem de Mérode (een pseudoniem voor Willem Eduard Keuning) schreef tijdens zijn korte leven 2326 aan de buitenwereld bekende gedichten. ‘Ik kan naar niets kijken of aan niets denken of ik heb versregels in mijn hoofd’. Tot 1924 beperkte dat schrijven zich tot de momenten waarop de Mérode niet voor zijn klas moest staan. De Mérode was onderwijzer op de Gereformeerde school van Uithuizermeeden, maar werd in 1924 op staande voet ontslagen vanwege een ‘jongenszaak’ met Jaap K. Op grond van artikel 248bis uit het wetboek van strafrecht was sinds 1911 (en tot 1971) homoseksueel contact van een meerderjarige met iemand tussen de 16 en 21 strafbaar gesteld. Voor hetero’s gold de leeftijd van 16. De Mérode vond het achteraf ‘oer -oerstom’ dat hij aan de wensen van Jaap toegaf: ‘Ik geef er totaal niets om. Als ik een jongen maar een beetje mag verwennen. Jopie gaf er nu wel om, en omdat hij zo aardig was geweest om mij te willen troosten toen Okke wegging, zei ik: nou vooruit, fiat, laat ik het dan maar doen.’ Opvallend was trouwens dat Jaap de Mérode zijn hele leven als vriend trouw bleef…

Okke, die in werkelijkheid Ekko Ubbens heette, was de Mérodes grote liefde: ‘Hij had goudachtig lichtbruin haar, en verwonderde blauwe ogen in een ovaal, altijd prettig gezichtje.’ Het contact met Okke werd na 1924 verbroken. De ouders van de jongen vernietigden zelfs alle brieven die de Mérode aan zijn object van verlangen geschreven had..

Van Annie Mankes naar Eerbeek
De Mérode vertrekt na zijn detentietijd uit het Hoge Noorden. Hij vindt korte tijd onderdak bij Annie Mankes-Zernike in Rotterdam, de eerste vrouwelijke , van oorsprong Doopsgezinde, predikant van Nederland. Via Annie Mankes komt de Mérode op een boerderij in Eerbeek terecht waar hij tot zijn dood blijft wonen, en waar hij ook begraven is. Kerkelijk gebonden is de Mérode dan niet meer.
De kerkenraad van de Gereformeerde Kerk van Uithuizermeeden wil dat hij voor de kerkenraad zijn schuld belijdt vanwege overtreding van het zevende gebod (‘gij zult niet echtbreken’).
De Mérode wil daar niet aan. In Eerbeek schrijft hij 25 van zijn 35 gedichtenbundels. De meeste daarvan zijn diep doorleefd religieus met een voortdurende hang naar ‘de gedroomde zoon’.

De cirkel sluit
Het is de verdienste van Hans Werkman dat hij de metamorfose van de Mérode ‘van neo-romanticus tot hoekige expressionist’ goed weet te beschrijven. Zonder worstelingen en naakte feiten te verdoezelen. Zo is er een integere biografie ontstaan over een dichter die van zichzelf zei dat hij het eeuwige vechten niet kon volhouden. Daarbij zij het Werkman vergeven dat hij zo ontzettend vaak op z’n reformatorisch duidelijk probeert te maken dat de Mérode ‘het’ vooral niet deed met de jongens. Geen ‘praktisering’, wel sublimering. ‘Niet in de richting van actieve seksualiteit’, wel een waslijst aan jongensvriendschappen. De Mérode wordt in 1936 per ongeluk (zijn strafblad was niet bekend - MM) gerehabiliteerd via een ridderorde. Zijn persoonlijke had hij al eerder gevonden in het bezoek van de ouders van Okke aan Eerbeek. Maar de grootste publieke rehabilitatie was voor de Mérode ongetwijfeld de postume onthulling van een gedenkteken voor hem in Uithuizermeeden in 1997. Een onthulling die Okke (Ekko Ubbens) verrichtte. Zo sloot de cirkel zich toch nog.

Bitterzoete overvloed – De wereld van Willem de Mérode door Hans Werkman is uitgegeven door uitgeverij Aspekt.

Martin Maassen

foto van de grafsteen

Bij de bespreking van De Mérodes biografie door Martin Maassen is het passend een gedicht van deze dichter aan de orde te stellen.

God boog de rechte lijn; ’t begin
Raakt aan het eind, de cirkel sluit.
De hemel heeft zijn zaalge buit.
En- harts verlies blijkt harts gewin.

Uit: Finis (1934)

Het korte gedicht roept enkele vragen op. Wat wordt bedoeld met ‘de rechte lijn’? En wat is die ‘zaalge buit’ van de hemel? Tenslotte kun je je afvragen wat betekent het ‘harts verlies’ en het ‘harts gewin’? Het lijkt er op dat voor al deze vragen één sleutel is: als je één vraag beantwoordt, dan begrijp je ze allemaal.
Volgens mij zijn er twee interpretaties naast elkaar mogelijk: de eerste duidt op het persoonlijke eerherstel dat De Mérode smaakte toen Okkes ouders hem in Eerbeek bezochten. De cirkel sluit voor de dichter, het hartsverlies wordt hiermee een hartsgewin; dit moet wel een ingrijpen van God zijn, zie r.1 en 2.
De andere interpretatie wijst op de algemene christelijke notie dat God Zijn zoon naar de mensen heeft gestuurd en vervolgens weer tot Zich genomen in de kruisdood van Jezus Christus. Hiermee heeft de hemel zijn ‘zaalge buit’. De rechte lijn van de mensheid is met de komst van Gods zoon een cirkel geworden: God roept de mensheid weer tot zich. Hoe smartelijk de kruisdood ook is, uiteindelijk blijkt hier sprake van een ‘(harts)gewin’ door de opstanding van Jezus Christus.
Deze interpretatie geef ik graag voor een betere. Uit de Pasch staat open voor reacties.

Tot slot wijs ik op het mooie enjambement in regel 1/2: ‘’t begin/raakt’. Door ‘t begin’ nog in r.1 te plaatsen (en niet in r.2, waar het qua zinsbouw bij hoort), krijgt het veel meer nadruk. Verder rijmt het natuurlijk mooi op ‘gewin’ in r.4.

André Maris

Naar overzicht Leeshoek
Overzicht leeshoek

GEDICHT VAN ED HOORNIK

DE WIJSHEID VAN POLITICI

GEDICHT VAN HENDRIK MARSMAN

Gedicht De Dapperstraat

EEN GLIMP VAN EEUWIGHEID

ARGUMENTEN OM TE GELOVEN

AUTHENTIEK

JORDANIËREIS

HET VRIJE WOORD ZONDER DOMINEES

VAN LIESHOUT SCHRIJFT ONGEMAKKELIJK VERHAAL

GEDICHT VAN WILLEM WILMINK

Hoe God verdween uit de Tweede Kamer

ALEXANDER OP BEZOEK BIJ HENK EN INGRID

Van de jonge vrouwen

Zoveel soorten van verdriet

GEEF VREDE, HEER, GEEF VREDE (LIED 285 LvdK)

KOMRIJ EN ‘DE LOOPJONGEN’

DE APOCALYPS ALS GLOSSY

VERWACHTING

BOEKEN KORT

GOD TERUG IN JORWERD

Gedicht Ich fürchte mich so vor der Menschen Wort

Fotografische staalkaart van religieus Nederland

Hemelse toetjes

Hoed u voor de tijdgeest!

Afscheid - Zul je voorzichtig zijn?

Gedicht November

Momenten van geluk 2012

Zwarte dauw: eskimo in refoland

Gedicht Nazomer van Lucebert

'Twee mensen aan een tafeltje in een studio met een lampje erbij, dat is het.'

Gedicht van Herman de Coninck

Integere biografie over christelijke jongensminnaar